Economische lekken zijn factoren die ervoor zorgen dat een deel van het extra inkomen niet opnieuw wordt uitgegeven in de binnenlandse economie. Hierdoor wordt het multipliereffect, dat de toename van het inkomen als gevolg van een initiële besteding weergeeft, afgezwakt. Met andere woorden, lekken zorgen ervoor dat de multiplier kleiner wordt.
De belangrijkste lekken zijn:
- Spaarlek: Dit is het deel van het extra inkomen dat consumenten sparen in plaats van uitgeven. Hoe meer mensen sparen, hoe kleiner de multiplier.
- Belastinglek: Dit is het deel van het extra inkomen dat consumenten aan de belastingdienst moeten afdragen. Hoe hoger de belastingdruk, hoe kleiner de multiplier.
Deze lekken zorgen ervoor dat geld uit de economische kringloop verdwijnt, waardoor de keten van bestedingen en inkomens minder sterk doorwerkt en het uiteindelijke effect van de multiplier kleiner is.
De grootte van de multiplier (K) hangt dan af van de marginale consumptiequote (MCQ), de marginale spaarquote (MSQ) en de marginale belastingquote (MBQ).
De formule voor de multiplier wordt dan:
K=1−MCQ+MSQ+MBQ1
Omdat de marginale consumptiequote (MCQ) en de marginale spaarquote (MSQ) samen één zijn (als er geen belastingen zijn), dus MCQ+MSQ=1, kan de formule ook geschreven worden als:
K=MSQ+MBQ1
Hierbij staat:
- MCQ voor de marginale consumptiequote (het deel van extra inkomen dat wordt geconsumeerd).
- MSQ voor de marginale spaarquote (het deel van extra inkomen dat wordt gespaard).
- MBQ voor de marginale belastingquote (het deel van extra inkomen dat aan belasting wordt afgedragen).
Rekenvoorbeeld:
Stel dat:
- De marginale consumptiequote (MCQ) 0,6 is (60% van extra inkomen wordt geconsumeerd).
- De marginale spaarquote (MSQ) 0,2 is (20% van extra inkomen wordt gespaard).
- De marginale belastingquote (MBQ) 0,2 is (20% van extra inkomen gaat naar belasting).
Dan bereken je de multiplier (K) zo:
K=1−0,6+0,2+0,21=0,4+0,2+0,21=0,81=1,25
Of met de vereenvoudigde formule:
K=0,2+0,21=0,41=2,5
Let op: In dit voorbeeld is de som van MCQ, MSQ en MBQ gelijk aan 1 (0,6+0,2+0,2=1). Als de som van MCQ en MSQ gelijk is aan 1, en er is ook een MBQ, dan is de eerste formule correct. De tweede formule is alleen correct als MSQ al de som is van het spaarlek en het belastingtarief. Laten we uitgaan van de eerste formule voor de meest algemene toepassing.
In het voorbeeld met MCQ=0,6, MSQ=0,2 en MBQ=0,2:
K=1−0,6+0,2+0,21=0,4+0,2+0,21=0,81=1,25
Dit betekent dat een initiële toename van de autonome bestedingen met bijvoorbeeld €100 zal leiden tot een totale toename van het inkomen met €125 (100×1,25). De lekken (sparen en belastingen) zorgen ervoor dat de multiplier kleiner is dan wanneer er geen lekken zouden zijn.