Leerdoelen
•Je kunt de volgende soorten symmetrie herkennen en benoemen: lijnsymmetrie, draaisymmetrie en puntsymmetrie.
•Je kunt een figuur spiegelen in een lijn.
•Je kunt een figuur spiegelen in een punt.
Lijnsymmetrische figuren en de symmetrieas
Lijnsymmetrie betekent dat een figuur in twee gelijke helften kan worden verdeeld door een lijn, de symmetrieas. Een voorbeeld is een vlinder, waarbij de symmetrieas in het midden ligt en beide helften elkaars spiegelbeeld zijn.

Een figuur kan ook meerdere symmetrieassen hebben. Een sneeuwvlok heeft er bijvoorbeeld zes.

Spiegelbeeld tekenen
Om een driehoek, zoals ABC, te spiegelen in een lijn S, gebruik je een geodriehoek. Plaats de loodlijn van de geodriehoek op lijn S en meet de afstand van punt C tot de lijn. Teken punt C' op dezelfde afstand aan de andere kant. Herhaal dit voor punten A en B om driehoek A'B'C' te krijgen.

Draaisymmetrische figuren
Een figuur is draaisymmetrisch als het er hetzelfde uitziet na een draaiing om een punt, het draaipunt. Het aantal keren dat de figuur er hetzelfde uitziet tijdens een volledige draai van 360 graden bepaalt de draaihoek. Een sneeuwvlok is zes keer hetzelfde tijdens een volledige draai. De draaihoek is dan 360 graden gedeeld door 6, dus 60 graden.

Puntsymmetrische figuren
Puntsymmetrie betekent dat een figuur er hetzelfde uitziet na een draaiing van 180 graden. Een voorbeeld is een puzzelstukje dat er na een halve draai hetzelfde uitziet.

Het spiegelen in een punt
Bij het spiegelen in een punt meet je de afstand van elk punt van de figuur tot het spiegelpunt en teken je het spiegelbeeld op dezelfde afstand aan de andere kant.

Het resultaat van de driehoek gespiegeld in punt P is te zien in de figuur hieronder.





