Twee leerlingen doen als volgt een onderzoek voor hun profielwerkstuk:
Een metalen blokje hangt aan een lange veer die is bevestigd aan een plafond op een hoogte van 350 cm .
Het blokje wordt recht naar beneden getrokken en op$t=0losgelaten. Het blokje beweegt vervolgens op en neer. Zie figuur 1.
De afmetingen van het blokje en de wrijvingskracht worden verwaarloosd.

Zowel het blokje als de veer heeft een zwaartepunt. In deze opgave bekijken we eerst de zwaartepunten van het blokje en de veer apart.
De hoogte van het zwaartepunt van het blokje wordt benaderd door het volgende model:$Z_{\text {blokje }}(t)=150-100 \cos (4 t)Hierbij is$Z_{\text {blokje }}de hoogte van het zwaartepunt van het blokje in cm en$tde tijd in seconden.
Het zwaartepunt van de veer bevindt zich op elk moment in het midden van de veer.

