De Rijksgebouwendienst beschrijft in een handboek manieren om de conditie van gebouwen te bepalen. Op basis van inspecties waarbij voor elk bouwdeel (deel van een gebouw) een conditiescore wordt vastgesteld, is het mogelijk plannen voor onderhoud, renovatie en nieuwbouw te maken.
Een conditiescore is een geheel getal van 1 tot en met 6.
Conditiescore 1 hoort bij een nieuw bouwdeel. Naarmate de leeftijd van het bouwdeel toeneemt, zal slijtage optreden en daarbij horen hogere conditiescores. Als het bouwdeel niet meer bruikbaar is, krijgt het conditiescore 6.
In een model waarmee de conditiescore van een bouwdeel wordt berekend, wordt gebruikgemaakt van drie variabelen:
•t-t$-\quad t: de leeftijd van het bouwdeel (in jaren),
•L$\quad L: de theoretische levensduur van het bouwdeel (in jaren) als het niet wordt onderhouden en
•C$\quad C: een getal waarmee de uiteindelijke conditiescore wordt berekend.
Hierbij is$t \leq L.
Oorspronkelijk werd door de inspecteurs van de Rijksgebouwendienst voor een normaal verouderingsproces het volgende verband tussen deze variabelen gehanteerd:
C=6-5\left(1-\frac{t}{L}\right)^{\frac{1}{2,3}}C=6-51-\frac{t}{L})^{\frac{1}{2,3}}C=6-5(1-\frac{t}{L})^{\frac{1}{2,3}}(1)
De uiteindelijke conditiescore werd bepaald door bij de berekende waarde van$Calle decimalen weg te laten. Zo geldt bijvoorbeeld voor een bouwdeel met een leeftijd die gelijk is aan een kwart van zijn theoretische levensduur dat$C \approx 1{,}59. In dat geval is de conditiescore gelijk aan 1.

