Gegeven is de lijn$kmet vectorvoorstelling$\binom{x}{y}=\binom{29}{4}+s\binom{5}{12}en de lijn$lmet vectorvoorstelling$\binom{x}{y}=\binom{0}{24}+t\binom{3}{4}. De lijnen$ken$lsnijden elkaar in een punt$S.
Lijn$mis een lijn met vectorvoorstelling$\binom{x}{y}=\binom{0}{b}+u\binom{1}{a}. De waarden van$aen$bkunnen zo worden gekozen dat$mde scherpe hoek die de lijnen$ken$lmet elkaar maken, in twee gelijke hoeken verdeelt. In de figuur is deze situatie getekend.

In deze situatie geldt$a=1 \frac{3}{4}.

