Vraag 6
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
5 punten
Open vraag

Om de krommeKte kunnen construeren, worden er, behalve de drie vaste puntenA, BenC, drie bewegende puntenP, QenRgebruikt. Deze bewegen als volgt:

•PuntPbeweegt voor0 \leq t \leq 1met een constante snelheid over lijnstukA CvanAnaarC. Er geldt:\overrightarrow{O P}=\overrightarrow{O A}+t\,\cdot\overrightarrow{A C}

•PuntQbeweegt voor0 \leq t \leq 1met een constante snelheid over lijnstukC BvanCnaarB. Er geldt:\overrightarrow{O Q}=\overrightarrow{O C}+t\,\cdot\overrightarrow{C B}

•Terwijl puntenPenQbewegen, schuift puntRop het bewegende lijnstukP QvanPnaarQ. Er geldt:\overrightarrow{O R}=\overrightarrow{O P}+t\,\cdot\overrightarrow{P Q}Het puntRdoorloopt vant=0tott=1een kromme vanAnaarB. Deze kromme wordt de Bézierkromme (vanA,BenC) genoemd, en dat is krommeKuit figuur 2.

Figuur 4 is op de uitwerkbijlage uitvergroot weergegeven.


\overrightarrow{O R}is uit te drukken int, \overrightarrow{O A}, \overrightarrow{O B}en\overrightarrow{O C}. Er geldt voor elke waarde vant:

\overrightarrow{O R}=(1-t)^{2} \cdot \overrightarrow{O A}+t^{2} \cdot \overrightarrow{O B}+2 t(1-t) \cdot \overrightarrow{O C}

Bewijs dit.

Op deze pagina behandelen we vraag 6 van het centraal examen wiskunde B vwo 2022 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Letter op het computerbeeldscherm, en is 5 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden