Na het schudden begint een kaartspel meestal met het gelijk verdelen van de kaarten onder een aantal spelers. Neem aan dat bij een bepaald spel 16 verschillende kaarten gelijk verdeeld worden onder vier spelers$A, B, C en D. Spelers A, B, C en D krijgen ieder dus vier kaarten.
We bekijken een stapel kaarten bestaand uit 16 verschillende kaarten.
Deze kaarten kunnen op circa$2{,}1 \cdot 10^{13}verschillende volgordes liggen.




