Vul de juiste woorden in op de plekken 1 t/m 10.
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen welke soorten mengsels er zijn
•Je kunt uitleggen op basis van welke stofeigenschap je kunt scheiden bij verschillende scheidingsmethoden
•Je kunt uitleggen hoe verschillende scheidingsmethoden werken
Soorten mengsels
Er zijn drie verschillende soorten mengsels:
1.Een oplossing is een helder mengsel van een vloeistof met een andere vloeistof, een gas, of een vaste stof die tot op microniveau is gemengd.
2.Een suspensie is een troebel mengsel van een vloeistof met een vaste stof. De vaste stof is niet opgelost, maar zweeft als kleine korreltjes door de vloeistof heen. Door dichtheidsverschillen zakt de vaste stof vaak naar de bodem.
3.Een emulsie is een troebel mengsel van twee vloeistoffen die niet goed mengbaar zijn. Als je twee niet-mengbare vloeistoffen samenvoegt, ontstaat een tweelagensysteem. Hierbij komt de stof met de hoogste dichtheid onderop te liggen. Als je er een emulgator bij doet, mengt het wél.
Scheidingsmethoden
Methode | Maakt gebruik van verschil in | Vaak gebruikt bij |
|---|---|---|
adsorberen | aanhechtingsvermogen | kleur-, geur- en smaakstoffen |
bezinken | dichtheid | suspensies |
chromatografie | aanhechtingsvermogen en oplosbaarheid | mengsels van kleurstoffen |
extraheren | oplosbaarheid | stoffen uit een vaste stof of vloeistof halen |
destilleren | kookpunt | oplossing van meerdere vloeistoffen |
filtreren | deeltjesgrootte | suspensies |
indampen | kookpunt | oplossing met vaste stoffen |
Adsorberen
Scheiding door een adsorptiemiddel toe te voegen, vaak actieve koolstof. Gebaseerd op verschillen in aanhechtingsvermogen.
Voorbeeld: Norit bij voedselvergiftiging.

Chromatografie
Scheiding van kleurstoffen door ze op papier aan te brengen en een loopvloeistof toe te voegen. Het verschil in oplosbaarheid en aanhechtingsvermogen bepaalt hoe snel en hoe hoog een kleurstof op het papier komt.
De Rf-waarde wordt berekend met de formule\text{rf-waarde }=\frac{b}{a}\text{rf-waarde }=\frac{b}{}\text{rf-waarde }=\frac{b}{b}\text{rf-waarde }=\frac{}{b}\text{rf-waarde }=\frac{a}{b}\text{rf-waarde}=\frac{a}{b}r\text{rf-waarde}=\frac{a}{b}r\text{frf-waarde}=\frac{a}{b}r\text{fr-waarde}=\frac{a}{b}r\text{f-waarde}=\frac{a}{b}\text{f-waarde}=\frac{a}{b}\text{Rf-waarde}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}=\frac{a}{b}\left\lbrace=\frac{a}{b}\right\rbrace=\frac{a}{b}Rf-waarde=\frac{a}{b}Rf-waarde=\frac{a}{\placeholder{}}Rf-waarde=aRf-waarde=a/Rf-waarde=a/b, waarin
•a==b==de afstand tussen het startpunt van de stippen en het eindpunt van het vloeistoffront
•de afstand die de kleurstofvlek heeft afgelegd vanaf de startlijn

Extractie
Je voegt een extractiemiddel toe waarin de oplosbare stoffen oplossen. De andere stoffen blijven achter. Dit is gebaseerd op verschil in oplosbaarheid.
Voorbeeld: Thee zetten.

Destilleren
Destilleren is gebaseerd op verschillen in kookpunt. Na verhitten gaat de vloeistof met het laagste kookpunt naar de gasfase en condenseert door af te koelen in de koeler. De verkregen oplossing heet het destillaat.
Voorbeeld: Scheiding van alcohol uit wijn.

Filtreren
Filtreren is gebaseerd op verschil in deeltjesgrootte. Sommige deeltjes passen wel door de poriën in het filter, andere niet. De verkregen vloeistof of oplossing heet het filtraat. Het achtergebleven deel heet het residu.

Indampen
Bij indampen wordt een vaste stof uit een vloeistof gehaald. De stof met het laagste kookpunt verdampt als eerste door een verschil in kookpunt. De verdampte stof ben je kwijt.
Voorbeeld: Zoutwinning uit zeewater.














