Leerdoelen
•Je kunt de concentratie van een oplossing aangeven en ermee rekenen.
•Je kunt de symbolen en eenheden van molariteit benoemen.
•Je kunt uitleggen hoe coëfficiënten in een oplosvergelijking de molverhouding van ionen weergeven.
Wat is molariteit?
In de scheikunde is molariteit een maat voor de concentratie van opgeloste stof in een oplossing. Het wordt aangeduid met het symbool M en gemeten in mol per liter (mol/L of
Formule voor molariteit
De basisvergelijking voor molariteit is:

Voorbeeld:
Als je 20 gram keukenzout (NaCl) oplost in 500 milliliter water, zou je de molariteit als volgt berekenen:
1.Bepaal eerst het aantal mol NaCl door 20 gram te delen door de molaire massa van NaCl (58,443 g/mol).
2.Deel vervolgens het aantal mol door het volume oplossing in liter (0,5 L).
3.Het resultaat is de molariteit van de NaCl-oplossing, uitgedrukt in

Molverhoudingen in oplossing
Bij het oplossen van een zout gebruik je de oplosvergelijking om de molverhouding tussen het vaste zout en de gevormde ionen af te lezen. Dit doe je door eerst de verhoudingsformule op te stellen en vervolgens naar de coëfficiënten in de oplosvergelijking te kijken:
Uit deze vergelijking lees je de verhouding 1:1:1 af.
Voor een ander zout, zoals natriumfosfaat, geldt:
Hier is de verhouding 1:3:1, waardoor een oplossing van 0,3 molair

Berekeningen met molariteit
De molariteit
VoorbeeldAlCl_3
25g aluminiumchloride wordt opgelost tot een volume van 2,0L:
1. Molaire massa bepalen
M
2. Aantal mol
3. Molariteit van de oplossing
Dus de oplossing is 0,094
4. Ionenconcentratie in de oplossing
Oplosvergelijking:
De verhouding is 1:1:3, dus:
Voorbeeld{Ca(NO_3)_2}
De molariteit van
1. Oplosvergelijking en verhouding
De verhouding is dus 1:1:2
2. Molaire massa van
M
3. Molariteit van
4. Molariteit van
Omdat per mol
De molariteit van de oplossing is dus




