Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
•Een vetzuurstaart met 17 koolstofatomen zonder$\mathrm{C}=\mathrm{C}-groepen heeft de formule$\mathrm{C}_{17} \mathrm{H}_{35}. Bij het eerste vetzuur ontbreken twee waterstofatomen, bij het tweede vetzuur zes waterstofatomen en bij het derde vetzuur ook zes waterstofatomen. In dit molecuul ontbreken dus 14 waterstofatomen. Per C=C-groep ontbreken twee waterstofatomen. Er zijn dus$14 / 2=7 \mathrm{C}=\mathrm{C}-groepen.
•Zonder dubbele bindingen heeft de vetzuurstaart de formule$\mathrm{C}_{17} \mathrm{H}_{35}. Bij$\mathrm{C}_{17} \mathrm{H}_{29}zijn er dus drie dubbele bindingen en bij$\mathrm{C}_{17} \mathrm{H}_{33}is er één. Er zijn dus in totaal zeven$\mathrm{C}=\mathrm{C}-groepen.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
of
In figuur 1a is eenmaal het vetzuur oliezuur en tweemaal het vetzuur$(\alpha-)linoleenzuur veresterd. Oliezuur heeft één$C=C-groep.$(\alpha-)linoleenzuur heeft drie$\mathrm{C}=\mathrm{C}-groepen. Er zijn dus zeven$\mathrm{C}=\mathrm{C}-groepen.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
Opmerking
Het volgende antwoord goed rekenen:$C_{17} H_{33}bevat één dubbele binding,$\mathrm{C}_{17} \mathrm{H}_{29}bevat drie dubbele bindingen, dus in totaal zeven dubbele bindingen.