Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
•De OH-groep (van ethyllactaat) kan waterstofbruggen vormen (met watermoleculen, dus is ethyllactaat mengbaar met water). Het$\mathrm{CH}_{3} \mathrm{CH}_{2}-deel (van ethyllactaat) is hydrofoob/apolair. (Ethyllactaat is dus mengbaar met een hydrofobe stof.)
•De OH-groep (van ethyllactaat) is hydrofiel/polair. Het koolwaterstofdeel (van ethyllactaat) is hydrofoob/apolair. (Ethyllactaat is dus zowel mengbaar met water als met een hydrofobe stof.)
•Ethyllactaat heeft een OH -groep en een$\mathrm{CH}_{3} \mathrm{CH}_{2}-deel. Ethyllactaat heeft dus een hydrofiel/polair deel en een hydrofoob/apolair deel (en is dus zowel met water als met een hydrofobe stof mengbaar).
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
of
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
Opmerking
Wanneer een antwoord is gegeven als: 'De$C=O-groepen vormen waterstofbruggen met watermoleculen. Het$\mathrm{CH}_{3} \mathrm{CH}_{2}-deel is hydrofoob. (Ethyllactaat is dus zowel mengbaar met water als met een hydrofobe stof) ', dit goed rekenen.