Waterstofbruggen

Waterstofbruggen

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 06:44
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Examentraining

Test je kennis met de 12 examenvragen die aan dit onderwerp zijn gekoppeld.

Open vraag

Waarom kan ethanol wel goed oplossen in water en ethaan niet?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat elektronegativiteit is.

Je kunt uitleggen wanneer iets een polaire of een apolaire binding is.

Je kunt uitleggen wat een waterstofbrug is.

Elektronegativiteit

Elektronegativiteit is een getal dat de aantrekkingskracht weergeeft die een atoom uitoefent op de elektronen die het deelt in een atoombinding. Elk element heeft een specifieke elektronegativiteitswaarde. Je kunt deze waarden vinden in Binas-tabel 40A. Pak je Binas er maar eens bij en zoek de kolom 'elektronegativiteit' op. Hierin zie je bijvoorbeeld dat waterstof (H) een elektronegativiteit heeft van 2,1 en zuurstof (O) een waarde van 3,5.

Afbeelding waarop te zien is dat elektronegativiteit de aantrekkingskracht aangeeft dat een atoom op de bindingselementen uitoefent.
Afbeelding waarop te zien is dat elektronegativiteit de aantrekkingskracht aangeeft dat een atoom op de bindingselementen uitoefent.

Wanneer twee atomen een atoombinding vormen, delen ze elektronen. Maar als het ene atoom een hogere elektronegativiteit heeft dan het andere, trekt het harder aan deze gedeelde elektronen. Dit heeft belangrijke gevolgen voor de ladingsverdeling binnen een molecuul.

Polaire en apolaire atoombindingen

Het verschil in elektronegativiteit (ΔEN) tussen twee gebonden atomen bepaalt het type atoombinding:

Apolaire atoombinding: Als het verschil in elektronegativiteit (ΔEN) kleiner of gelijk is aan 0,4, dan is de binding apolair. De elektronen worden vrijwel gelijkmatig verdeeld tussen de atomen.

Polaire atoombinding: Als het verschil in elektronegativiteit (ΔEN) groter is dan 0,4, maar kleiner of gelijk aan 1,7, dan is de binding polair. De elektronen worden ongelijkmatig verdeeld, waardoor het atoom met de hogere elektronegativiteit een beetje negatief wordt en het andere atoom een beetje positief.

Ionbinding: Als het verschil in elektronegativiteit (ΔEN) groter is dan 1,7, dan is de aantrekkingskracht zo groot dat het elektron volledig overspringt naar het atoom met de hogere elektronegativiteit. Er ontstaan dan ionen, en de binding is een ionbinding. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij natriumchloride (NaCl), waar het verschil in elektronegativiteit tussen Na en Cl groter is dan 1,7, waardoor Na een Na⁺-ion wordt en Cl een Cl⁻-ion.

Afbeelding

Toepassing: watermolecuul

We kijken naar de O-H binding:

Elektronegativiteit O = 3,5

Elektronegativiteit H = 2,1

ΔEN = 3,5 - 2,1 = 1,4

Omdat 1,4 tussen 0,4 en 1,7 ligt, is de O-H binding een polaire atoombinding. Dit betekent dat de zuurstof harder aan de elektronen trekt dan de waterstof. Hierdoor krijgt zuurstof een beetje negatieve lading, aangeduid als partiële lading delta min (δ⁻), en waterstof krijgt een beetje positieve lading, delta plus (δ⁺).

Afbeelding van een voorbeeld van een polaire binding
Afbeelding van een voorbeeld van een polaire binding

Toepassing: C-H-binding

Een ander voorbeeld is de C-H-binding:

Elektronegativiteit C = 2,5

Elektronegativiteit H = 2,1

ΔEN = 2,5 - 2,1 = 0,4

Omdat 0,4 precies op de grens ligt van een apolaire binding, wordt de C-H-binding als apolair beschouwd. Er is geen significant verschil in aantrekkingskracht, dus er ontstaan geen partiële ladingen. Moleculen die voornamelijk uit C-H-bindingen bestaan, zoals veel koolwaterstoffen, zijn daarom apolair. Ze lossen slecht op in water, maar goed in andere apolaire stoffen zoals olie.

Afbeelding van een voorbeeld van een apolaire binding
Afbeelding van een voorbeeld van een apolaire binding

Waterstofbruggen

De partiële ladingen in polaire moleculen leiden tot een speciale soort intermoleculaire kracht: de waterstofbrug. Een waterstofbrug ontstaat wanneer de partiële negatieve lading (δ⁻) op een zuurstof- of stikstofatoom van het ene molecuul wordt aangetrokken door de partiële positieve lading (δ⁺) op een waterstofatoom van een ander molecuul. Dit waterstofatoom moet dan wel gebonden zijn aan een zuurstof- of stikstofatoom (OH- of NH-groep).

Een afgebeelde waterstofbrug tussen twee watermoleculen
Een afgebeelde waterstofbrug tussen twee watermoleculen

Waterstofbruggen zijn sterker dan andere intermoleculaire krachten zoals vanderwaalskrachten, maar zwakker dan atoombindingen. Ze zijn cruciaal voor veel eigenschappen van stoffen, vooral water.

De algemene regel is: als een stof OH- en/of NH-groepen heeft, kan deze waterstofbruggen vormen tussen de moleculen. Dit geldt niet alleen voor watermoleculen onderling, maar ook tussen water en andere moleculen met deze groepen.

Denk bijvoorbeeld aan een alcoholmolecuul (zoals ethanol, CH₃CH₂OH). Dit molecuul heeft een OH-groep. De zuurstof in deze OH-groep krijgt een δ⁻ en de waterstof een δ⁺. Hierdoor kan het alcoholmolecuul waterstofbruggen vormen met watermoleculen. De δ⁻ van de zuurstof in het alcoholmolecuul kan een waterstofbrug vormen met de δ⁺ van een waterstofatoom van een watermolecuul. Tegelijkertijd kan de δ⁺ van de waterstof in de OH-groep van het alcoholmolecuul een waterstofbrug vormen met de δ⁻ van een zuurstofatoom van een watermolecuul. Dit verklaart waarom alcohol goed oplost in water.

Een alcoholmolecuul in verbinding met drie watermoleculen
Een alcoholmolecuul in verbinding met drie watermoleculen

Oppervlaktespanning

Hoe kunnen insecten op water blijven staan? Watermoleculen vormen onderling talloze waterstofbruggen. Deze bruggen zorgen voor een sterke aantrekkingskracht tussen de moleculen, vooral aan het oppervlak van het water. De watermoleculen aan het oppervlak worden naar binnen getrokken door de waterstofbruggen met de moleculen eronder en ernaast. Dit creëert een soort 'huid' of vlies op het wateroppervlak, wat we oppervlaktespanning noemen. De oppervlaktespanning is sterk genoeg om kleine, lichte objecten, zoals insecten, te dragen zonder dat ze zinken.

Afbeelding
Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo