Leerdoelen van de les
•Je kunt hoofdletters correct gebruiken.
•Je kunt de verschillende leestekens benoemen.
•Je kunt verschillende leestekens gebruiken in een tekst.
Hoofdletters
Wanneer gebruik je hoofdletters?
Overzicht + voorbeelden: Wanneer gebruik je hoofdletters? |
|---|
Aan het begin van een zin | 's Avonds komen we bij je.Nederlands is mijn lievelingsvak. |
Bij eigen namen | Personen: jouw naam, de naam van je oma.Namen waarbij de voornaam niet wordt genoemd (Rimke van der Schaaf): Van der Schaaf of R. van der Schaaf.Plaatsen: die van je stad of straat.Merken en rivieren: ‘Nike’ of ‘de Rijn’. |
|
Bij afleidingen van aardrijkskundige namen | Amsterdamse (afgeleid van Amsterdam).Franse (afgeleid van Frankrijk). |
|
Wanneer gebruik je geen hoofdletters?
Overzicht + voorbeelden: Wanneer gebruik je geen hoofdletters? |
|---|
Dagen, maanden, seizoenen en periodes. | In de lente ga ik op vakantie.Hopelijk valt er deze winter sneeuw.In de middeleeuwen was hygiëne een groot probleem. |
Windstreken | Ik ga naar het zuiden. |
Samenstellingen met religieuze feesten (de feestdag zelf wordt wel met een hoofdletter geschreven, zoals Kerstmis) | kerstkaartpaasei |
Bij religies, stromingen, en afleidingen daarvan | islamietenjoodse instelling |
Leestekens
De belangrijkste leestekens: punten, vraagtekens en uitroeptekens
•Punt: aan het einde van een mededelende zin.
Voorbeeld: “We eten wandelend ons broodje.”
•Vraagteken: aan het einde van een vraagzin.
Voorbeeld: "Aten we ons broodje wandelend?"
•Uitroepteken: aan het einde van een zin met extra nadruk.
Voorbeeld: "Eet je broodje op!"
De komma
De komma wordt gebruikt om:
•Twee persoonsvormen van elkaar te scheiden.
•Voor voegwoorden zoals "maar", "doordat", "terwijl".
•Wanneer je de delen van de zin niet los kunt uitspreken.
Een komma wordt altijd voor het voegwoord geplaatst in de zin, nooit erna.
Bijvoorbeeld:
"Aangezien Barbara haar brood vergeten is, neem ik wat extra's mee."
Puntkomma
De puntkomma gebruik je tussen twee sterk samenhangende zinnen, bijvoorbeeld:
"Brian had spijt van zijn vertrek; hij is al onderweg naar huis." Het eerstvolgende woord na de puntkomma wordt niet met een hoofdletter geschreven zoals dat bij een punt wel is.
Tip: als een puntkomma lastig te plaatsen is, kun je ook een punt gebruiken.
De dubbele punt
De dubbele punt komt voor bij opsommingen en als de tweede zin een toelichting is op de eerste. Het eerste woord dat na de dubbele punt volgt, wordt niet met een hoofdletter geschreven. Voorbeelden:
“We hebben meerdere opties: small, medium en large.”
"Lucas ging naar de kaakchirurg: hij had een kies in zijn onderkaak."
Tip: je kunt controleren of de dubbele punt correct is gebruikt door deze te vervangen door een komma of “want”.
Aanhalingstekens
Aanhalingstekens worden gebruikt bij citaten, oftewel de directe reden, wanneer je iets letterlijk aanhaalt wat iemand heeft gezegd. Bijvoorbeeld: Erik zei: "Ik zet de kalkoen alvast in de oven." Bij het afsluiten van een citaat worden leestekens, zoals een punt, altijd binnen de aanhalingstekens geplaatst.
Als je het citaat splitst, gebruik je aanhalingstekens en komma's om de delen te verbinden: "Ik", zei Erik, "zet de kalkoen alvast in de oven."
Bij de indirecte reden gebruik je geen aanhalingstekens. In plaats daarvan wordt de uitspraak in een mededelende zin omgezet. Bijvoorbeeld: Erik zei dat hij de kalkoen alvast in de oven zou zetten. In dit geval gebruik je alleen een punt aan het einde van de zin.