Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog introduceerde het Duitse leger een nieuw ontwerp kanon, het 'Pariser Kanone' (het Parijse Kanon).

Zie figuur 1. Dit kanon kon Parijs beschieten van achter de frontlinie, een afstand van120\operatorname{\mathrm{km}}120k120120k. Een granaat bereikte hierbij een hoogte van wel40\operatorname{\mathrm{km}}40k4040kwaarbij hij door zeer ijle lucht vloog. Tussen maart en augustus 1918 schoot het Duitse leger ongeveer 350 granaten af richting Parijs.
Gegevens van het Pariser Kanone
diameter granaat | 20\operatorname{\mathrm{cm}}20c2020c |
massa granaat | 106\operatorname{\mathrm{kg}}106k106kh106k106106k |
buskruit per schot | 180\operatorname{\mathrm{kg}}180180k |
uittree-snelheid | $1640 \mathrm{~m} \mathrm{~s}^{-1} |
afstand | $>120 \mathrm{~km} |
hoogte | $>40 \mathrm{~km} |
De loop was extra lang gemaakt, zodat de granaten een voldoende hoge snelheid kregen om de afstand te overbruggen.
In figuur 2a en 2b zijn het ($v, t)-diagram en het ($F_{\text {res }}, t)-diagram van een granaat weergegeven tijdens het afschieten. Op$t=0{,}04 \mathrm{~s}verlaat de granaat de loop. Deze figuren staan vergroot op de uitwerkbijlage.






