Wat is het verschil tussen het traditionele beeld van macht en politiek, en het beeld dat ontstond tijdens de Verlichting?
Leerdoelen
•Je kunt de verlichte ideeën op het gebied van politiek benoemen
•Je kunt uitleggen hoe de Verlichting zorgde voor verandering in de politieke cultuur
•Je kunt het begrip ‘verlicht absolutisme’ uitleggen
Waarop is macht gebaseerd?
Vóór de Verlichting was macht gebaseerd op het goddelijk recht (droit divin). De vorst zou zijn macht van God hebben gekregen en stond daarom boven iedereen. Dit idee sloot aan bij de overtuiging dat een samenleving volgens Gods wil moest worden bestuurd.
Tijdens de Verlichting veranderde dit. Het idee van volkssoevereiniteit ontstond: de hoogste macht ligt bij het volk. De vorst regeert met toestemming van het volk en moet ervoor zorgen dat natuurlijke rechten gewaarborgd blijven, rechten zoals vrijheid, gelijkheid, leven en bezit.
Een kenmerkend aspect dat hierbij hoort is verlicht denken of rationeel optimisme. Dit werd toegepast op godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen, met als doel een rechtvaardigere samenleving.
Het sociaal contract
Een belangrijk nieuw idee was het sociaal contract van John Locke en Jean-Jacques Rousseau. Dit was een denkbeeldige afspraak tussen volk en vorst. Het volk staat macht af aan de vorst, die in ruil bescherming biedt en natuurlijke rechten garandeert. Als een vorst hierin faalt of te streng optreedt, mag het volk hem afzetten.
Rousseau ging verder dan Locke. Hij pleitte voor directe democratie, waarbij de algemene wil van het volk leidend moest zijn. Ook vond hij dat armen en slaven gelijke rechten moesten hebben.

De trias politica
Charles Montesquieu ontwikkelde de trias politica, of scheiding der machten. Hij wilde machtsmisbruik door absolute vorsten voorkomen. Daarom moest de macht worden verdeeld in een wetgevende macht (maakt wetten, zoals het parlement), een uitvoerende macht (voert ze uit, zoals de vorst of de regering) en een rechterlijke macht (oordeelt onafhankelijk, zoals onafhankelijke rechters). Zo kon niet één persoon alle macht in handen krijgen.

De Verlichting en economie
Op economisch gebied was Adam Smith invloedrijk. In The Wealth of Nations verzette hij zich tegen het mercantilisme, waarbij overheden zich veel bemoeiden met de economie. Smith pleitte voor een vrije markt met zo min mogelijk overheidsingrijpen. In zo’n systeem zouden vraag en aanbod vanzelf in balans komen en zou de welvaart toenemen.
Verlicht absolutisme
Sommige vorsten pasten verlichte ideeën toe in hun bestuur; dit heet verlicht absolutisme. Zij zagen zichzelf als eerste dienaar van de staat en stimuleerden bijvoorbeeld tolerantie en persvrijheid. Tegelijkertijd behielden zij hun absolute macht.
Een voorbeeld is Frederik de Grote van Pruisen. Hij correspondeerde met de verlichte denker Voltaire, voerde het ‘aardappelbevel’ in, waarbij hij boeren verplichtte aardappelen te verbouwen, en schafte de lijfeigenschap af op zijn eigen koninklijke landgoederen. Hij beperkte echter niet de macht van de adel, om zijn eigen positie veilig te stellen.
Veranderende politieke cultuur
De Verlichting veranderde de politieke cultuur. Politiek was niet langer alleen een zaak van vorsten en adel, maar ook burgers gingen zich ermee bezighouden. Zo bespraken zij deze ideeën in koffiehuizen en via pamfletten en boeken.
In Frankrijk probeerden absolute vorsten deze ideeën te onderdrukken met censuur, omdat ze ingingen tegen het goddelijk recht. Dit werkte averechts: verboden boeken werden juist populairder en verspreidden zich verder. Een bekend voorbeeld is het boek Perzische brieven van Montesquieu. In dit werk beschreef hij de Franse samenleving vanuit het perspectief van twee Perzen. Door kritiek te verpakken in het verhaal van buitenlandse reizigers probeerde hij de censuur te omzeilen. Toch werden dit soort boeken soms in andere steden gedrukt en verspreid.














