Les over 1 Jagers en boeren

Les over 1 Jagers en boeren

Gemaakt door Ainstein
1 Jagers en boeren
Deze video bestaat uit
  • Jagers-verzamelaarsJagers-verzamelaars
  • LandbouwsamenlevingenLandbouwsamenlevingen
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 07:13
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Jagers en boeren: de prehistorie en de landbouwrevolutie

Leerdoelen

Je kunt uitleggen waarom mensen scheppingsverhalen gingen vertellen en hoe de wetenschappelijke evolutietheorie hiervan verschilt.

Je kunt beschrijven hoe verschillende mensensoorten ontstonden, zich verspreidden en hoe cultuur en uiterlijke kenmerken zich aanpasten.

Je kunt de nomadische levenswijze en de middelen van bestaan van jager-verzamelaars na de laatste ijstijd beschrijven.

Je kunt uitleggen hoe archeologen ongeschreven bronnen en experimentele archeologie gebruiken om kennis over de prehistorie te vergaren.

Je kunt verklaren hoe de landbouwrevolutie in de Vruchtbare Halvemaan ontstond en zich wereldwijd verspreidde.

Je kunt de kenmerken van een landbouwsamenleving en de sociale en fysieke gevolgen van de overstap naar de landbouw benoemen.

Je kunt beschrijven hoe de eerste steden ontstonden in Mesopotamië en Egypte.

Je kunt uitleggen hoe prehistorische kunst, natuurgodsdiensten en begrafenisrituelen zoals hunebedden met elkaar samenhangen.

Belangrijke jaartallen

10.000 v.C.: Einde van de laatste ijstijd.

9000 v.C.: Ontstaan van de landbouw in het Midden-Oosten (Vruchtbare Halvemaan).

8000 v.C.: Jericho bestaat al als kleine stad.

8000 - 3000 v.C.: Ontstaan van de eerste steden in het Midden-Oosten.

7000 v.C.: Verspreiding van de landbouw over Europa; ontstaan van landbouw in China.

5300 v.C.: Eerste boeren vestigen zich in Nederland (Zuid-Limburg).

4500 v.C.: Ontstaan van duidelijke verschillen in aanzien (zoals te zien in het Bulgaarse goudgraf).

3400 - 3200 v.C.: Bouw van hunebedden in Nederland, Denemarken en Duitsland.

3000 v.C.: Einde van de prehistorie; landbouw is verspreid over heel Nederland; ontstaan van steden in Mesopotamië en Egypte.

De eerste mensen

De geschiedenis begint met de vraag hoe de wereld en de mens zijn ontstaan. In de prehistorie, de voorgeschiedenis waaruit we geen geschreven bronnen hebben, gaven mensen mondeling verhalen door van generatie op generatie. Een scheppingsverhaal is een traditioneel verhaal over het ontstaan van de wereld en al het leven op aarde. Zo geloofden de Maori's in Nieuw-Zeeland dat de wereld ontstond toen de kinderen van de hemelgod Rangi en de aardgodin Papa hun ouders uit elkaar duwden om het licht te bereiken. Andere scheppingsverhalen werden later opgeschreven in heilige boeken, zoals het verhaal van Adam en Eva in de Bijbel (het heilige boek van de christenen) en de Koran, waarin God de wereld en de eerste mensen schiep.

De wetenschappelijke revolutie van Darwin

In de negentiende eeuw veranderde de kijk op de vroegste geschiedenis door de opkomst van de moderne wetenschap, die staat voor kennis en alle manieren om die kennis te vergroten. De Engelse bioloog Charles Darwin toonde aan dat de aarde miljarden jaren oud is en dat levensvormen zich heel geleidelijk ontwikkelen door evolutie, een proces van langzame verandering. Tijdens zijn reis naar de Galapagoseilanden ontdekte hij dat diersoorten zich aanpassen aan hun natuurlijke omgeving. Dieren met gunstige eigenschappen hebben een grotere overlevingskans en geven deze door aan hun nakomelingen. Dit principe staat bekend als survival of the fittest (het overleven van de best aangepaste soort). In zijn boek Over het ontstaan van soorten (1859) legde hij uit dat alle planten en dieren door hun omgeving worden gevormd.

De ontwikkeling van de mens

Volgens de evolutietheorie delen mensen en mensapen dezelfde voorouders. Wetenschappers baseren dit op archeologische vondsten. In 1974 werden in Ethiopië de resten gevonden van Lucy, een mensachtig wezen dat 3,2 miljoen jaar geleden leefde en zowel in bomen klom als rechtop liep. Gedurende de evolutie verloren mensachtigen hun vacht, gingen ze rechtop lopen, werden hun hersenen groter en hun kaken kleiner. Ook gingen ze een werktuig gebruiken, een voorwerp waarmee je iets doet of maakt, zoals een vuistbijl van vuursteen.

Prehistorische rotstekening met afbeeldingen van dieren
Prehistorische rotstekening met afbeeldingen van dieren

Tot 2 miljoen jaar geleden leefden mensen uitsluitend in Afrika. Daarna trokken verschillende mensensoorten naar Azië en Europa. In het koudere Europese klimaat ontwikkelde zich de neanderthaler, die fysiek sterk was en grote hersenen had. Ongeveer 300.000 jaar geleden ontstond in Afrika de homo sapiens, de moderne mens, die zich later over de hele wereld verspreidde. Ongeveer 40.000 jaar geleden stierf de neanderthaler uit, waardoor de homo sapiens als enige mensensoort overbleef.

Overeenkomsten en verschillen

Hoewel alle huidige mensen tot de soort homo sapiens behoren, ontstonden er uiterlijke en culturele verschillen. Mensen in warme gebieden behielden een donkere huid ter bescherming tegen de zon, terwijl bewoners van koudere streken een lichtere huid ontwikkelden. Daarnaast ontstonden er grote verschillen in cultuur, wat gaat over het denken en doen van groepen mensen, zoals taal, godsdienst, eetgewoonten en feestdagen.

Geen vaste woonplaats

Tussen 100.000 en 10.000 jaar geleden was de aarde bedekt door een ijstijd. In deze koude periode lag de zeespiegel zo laag dat Engeland en Nederland met elkaar verbonden waren via Doggerland, een gebied dat bestond uit steppen en moerassen. Toen de temperatuur steeg, smolt het ijs. Dit smelten was de oorzaak van de stijging van de zeespiegel, met als gevolg dat Doggerland langzaam in de Noordzee veranderde. Het landschap in Europa veranderde van open vlaktes in dichte bosgebieden.

De leefwijze van jager-verzamelaars

In de prehistorie kwamen mensen aan voedsel door te jagen en te verzamelen. Dit was hun middel van bestaan (de manier om aan voedsel te komen). We noemen deze mensen jager-verzamelaars. Omdat zij afhankelijk waren van wat de natuur hen bood, leefden zij als nomade: zij trokken rond en hadden geen vaste woonplaats. Zodra het voedsel in een gebied opraakte, trokken zij verder naar een nieuwe plek waar zij een eenvoudig kamp opsloegen. Jager-verzamelaars leefden in de steentijd, een periode waarin steen het belangrijkste materiaal was om voorwerpen van te maken. Met vuursteen maakten zij messen, speren en harpoenen om te vissen. Van botten maakten zij naalden om kleding van dierenhuiden te naaien. Zij leefden in kleine groepen van enkele tientallen mensen waarin vrijwel geen verschil in macht (de mogelijkheid om anderen te laten doen wat jij wilt) bestond. Besluiten en conflicten werden gezamenlijk opgelost, al was er waarschijnlijk wel een tijdelijke leider tijdens de jacht.

Kennis over de prehistorie

Omdat er uit de prehistorie geen geschreven bronnen zijn, is een archeoloog aangewezen op ongeschreven bronnen zoals skeletten, werktuigen en rotstekeningen. Daarnaast gebruiken wetenschappers experimentele archeologie, waarbij zij proberen het leven van vroeger na te bootsen (zoals het maken van een vuistbijl met prehistorische technieken). Een derde methode is het bestuderen van hedendaagse traditionele groepen die nog als jager-verzamelaars leven, zoals de Baka in de regenwouden van Centraal-Afrika of de Sepik in Papoea-Nieuw-Guinea.

Het veranderende beeld van de neanderthaler

Toen in 1856 de eerste neanderthalerbotten werden gevonden in het Duitse Neandertal, dachten wetenschappers dat het ging om een primitieve, misvormde aapmens. Door voortdurend onderzoek is dit beeld sterk veranderd. Archeologen ontdekten dat neanderthalers werktuigen maakten, in familieverband leefden en voor zieke groepsleden zorgden. Recent DNA-onderzoek toonde zelfs aan dat moderne mensen tussen de en DNA van neanderthalers hebben geërfd, wat bewijst dat zij samen kinderen kregen.

Verschillende samenlevingen

De manier waarop een grote groep mensen samenleeft, noemen we een samenleving of maatschappij. De geschiedenis kan worden ingedeeld in vijf opeenvolgende soorten samenlevingen op basis van hun middelen van bestaan:

De samenleving van jager-verzamelaars: een samenleving van nomaden die leven van jacht en verzameling.

De landbouwsamenleving: mensen wonen in dorpen en leven van akkerbouw en veeteelt.

De landbouwstedelijke samenleving: een deel van de bevolking woont in steden en leeft van handel en ambachten.

De industriële samenleving: machines in fabrieken bepalen de productie, en veel mensen wonen in de stad.

De informatiesamenleving: de moderne samenleving waarin informatie en digitale technologie centraal staan.

Leven van de landbouw

Rond 9000 v.C. vond in het Midden-Oosten een ingrijpende verandering plaats in het gebied dat de Vruchtbare Halvemaan wordt genoemd. Jager-verzamelaars ontdekten dat zij zelf graankorrels konden planten en oogsten. Dit was het begin van de akkerbouw (het verbouwen van plantaardig voedsel). Kort daarna ontstond de veeteelt, het tam maken, houden en fokken van wilde dieren zoals geiten, schapen en varkens. Akkerbouw en veeteelt vormen samen de landbouw.

Egyptische wandschildering van een boer die het land bewerkt met een ploeg getrokken door ossen
Egyptische wandschildering van een boer die het land bewerkt met een ploeg getrokken door ossen

Deze overgang was zo ingrijpend dat we spreken van de landbouwrevolutie (of agrarische revolutie). Hoewel het een revolutie (een grote, snelle verandering) was, verliep het proces erg geleidelijk; in het begin moesten boeren nog jagen en verzamelen om aan genoeg voedsel te komen.

Verspreiding van de landbouw

Vanuit het Midden-Oosten verspreidde de landbouw zich vanaf 7000 v.C. naar Europa. Rond 5300 v.C. vestigden de eerste boeren zich in Nederland op de vruchtbare lössgronden van Zuid-Limburg. Tussen het ontstaan van de landbouw en de eerste steden zat ongeveer jaar, en het duurde maar liefst jaar voordat de landbouw vanuit het Midden-Oosten Nederland bereikte. Rond 3000 v.C. was de landbouw over heel Nederland verspreid. Ook op andere plekken in de wereld ontstond onafhankelijk de landbouw: in China verbouwde men vanaf 7000 v.C. rijst en gierst, in Zuid-Amerika aardappelen en bonen, en in Midden-Amerika mais, pompoen en avocado. Daarnaast verbouwde men vlas (voor linnen) en katoen om kleding en textiel van te maken.

Kenmerken van de landbouwsamenleving

Door de landbouwrevolutie ontstond de landbouwsamenleving. Deze samenleving kent twee hoofdkenmerken:

Mensen produceren hun eigen voedsel via akkerbouw en veeteelt.

Mensen wonen op een vaste plek in stevig gebouwde huizen, waardoor de eerste dorpen ontstonden.

De economie (de inkomsten, uitgaven, handel en productie van een gebied) veranderde hierdoor sterk. Boeren waren zelfvoorzienend: zij produceerden zelf al hun voedsel, kleding en gereedschappen in het dorp.

Gevolgen van de landbouwrevolutie

De overstap naar de landbouw had grote voordelen, maar ook ernstige nadelen:

Voordelen: Stevige huizen boden betere beschutting tegen het weer. Boeren konden voedselvoorraden bewaren in aardewerken potten en manden voor tijden van schaarste. Door nieuwe uitvindingen, zoals de ploeg om de grond om te woelen, steeg de voedselproductie enorm. Dit leidde tot een gigantische bevolkingsgroei: van 5 tot 8 miljoen mensen rond 10.000 v.C. naar 30 tot 50 keer zoveel rond het jaar n.C.

Nadelen: Boeren moesten veel harder en zwaarder lichamelijk werk verrichten dan jager-verzamelaars. Dit leidde tot slijtage aan rug, knieën en nek. Het voedsel van boeren was eentoniger (veel graan) en bevatte minder vitaminen, wat leidde tot gaatjes in tanden en een slechtere gezondheid. Omdat mensen dicht op elkaar en met hun vee leefden, sprongen veeziekten zoals pokken en mazelen over op de mens.

Sociale gevolgen: Er ontstonden grote verschillen in bezit en macht. Succesvolle boeren kregen meer rijkdom en aanzien, wat leidde tot sociale ongelijkheid en spanningen die in de tijd van jager-verzamelaars nauwelijks voorkwamen.

Het ontstaan van de eerste steden

Door de stijgende voedselproductie konden dorpen uitgroeien tot steden. Jericho in het Midden-Oosten was rond 8000 v.C. al een kleine stad. Na 3000 v.C. ontstonden er veel steden in Mesopotamië (het gebied tussen de rivieren Tigris en Eufraat) en in Egypte langs de rivier de Nijl. In deze steden woonden niet alleen boeren, maar ook ambachtslieden die producten maakten en handelaren die deze goederen ruilden.

Cultuur in de prehistorie

Al in de prehistorie maakten mensen kunst, wat gedefinieerd wordt als iets moois of bijzonders dat door mensen is gemaakt. Een van de oudste kunstwerken is de leeuwmens (32.000 v.C.), gemaakt van mammoetivoor. Ook maakten jager-verzamelaars Venusbeeldjes (vrouwenfiguren met forse vormen) en kleurrijke grotschilderingen, zoals die in de grotten van Lascaux (Frankrijk). Boeren versierden hun aardewerken gebruiksvoorwerpen, zoals de trechterbekers in Nederland.

Overzicht van stenen oudheden, werktuigen en aardewerken potten uit de prehistorie
Overzicht van stenen oudheden, werktuigen en aardewerken potten uit de prehistorie

Verering van de natuur

Onderzoekers vermoeden dat prehistorische kunst een diepere betekenis had. Mensen hadden diep respect voor de krachten van de natuur, zoals onweer en stormen. Zij geloofden dat achter elk natuurverschijnsel een god of geest zat. Dit geloof noemen we een natuurgodsdienst. Om met deze bovennatuurlijke krachten in contact te komen, voerden zij een ritueel uit: een plechtige handeling of ceremonie, vaak met zang en dans. De Aboriginals in Australië geloofden bijvoorbeeld dat de geesten van hun voorvaderen, de Wandjina's, de wereld hadden geschapen en nog altijd aanwezig waren.

Begrafenisrituelen en het hiernamaals

Tienduizenden jaren geleden begroeven mensen hun doden al zorgvuldig. Zij gaven de overledenen grafgiften mee, zoals sieraden, kralen en wapens. Dit wijst erop dat zij geloofden in een hiernamaals, een leven na de dood waarin de overledene deze voorwerpen weer nodig zou hebben. Rond 3400 v.C. bouwden boeren in Noord-Nederland indrukwekkende monumenten (gedenktekens) voor hun doden: de hunebedden. Deze langwerpige grafkamers werden gebouwd van loodzware zwerfkeien die met boomstammen en touwen op elkaar werden gestapeld en vervolgens met zand werden bedekt. De hunebedden dienden als familiegraven en waren bedoeld om de geesten van de voorouders te eren en gunstig te stemmen.

Sociale verschillen en aanzien

De graven uit de prehistorie laten zien dat er in de loop van de tijd steeds meer verschillen ontstonden in aanzien (de waardering of betekenis die iemand heeft voor een groep). Vanaf 4500 v.C. werden belangrijke personen met uitzonderlijk rijke grafgiften begraven. Een beroemd voorbeeld is een graf in Bulgarije, waar een man werd begraven met talloze gouden sieraden, munten en een strijdbijl. Dit soort rijke graven bewijst dat de prehistorische samenleving niet langer gelijkwaardig was, maar duidelijke sociale klassen kende.