Het werkwoord ‘to be’ is een van de meest fundamentele elementen van de Engelse taal en betekent 'zijn'. Net zoals je in het Nederlands ‘ik ben’ of ‘jij bent’ gebruikt, is ‘to be’ essentieel voor het beschrijven van mensen of dingen in het Engels. Bijvoorbeeld, als je wilt zeggen "Zij is lang", gebruik je in het Engels "She is tall".
Het vervoegen van 'to be'
Anders dan in het Nederlands, waar het werkwoord 'zijn' verschillende vormen aanneemt (ben, bent, is), hanteert het Engels een vast rijtje voor ‘to be’ dat je uit je hoofd moet leren. Hier is een overzicht:
•I am = ik ben
•You are = jij bent
•He/she/ it is = hij/zij het is
•They are = zij zijn
•You are = jullie zijn
•We are = wij zijn
Het is belangrijk om op te merken dat "you" zowel in enkelvoud (jij) als meervoud (jullie) gebruikt kan worden, maar in het Engels hetzelfde blijft.
Bevestigende, ontkennende en vragende vorm
De bevestigende vorm is wanneer je een stelling maakt, zoals "He is very tall" ("Hij is erg lang"). Achter het onderwerp komt de vervoeging van ‘to be’. Het onderwerp is een persoonlijk voornaamwoord of zelfstandig naamwoord.
Bij de ontkennende vorm, voeg je simpelweg "not" toe aan de bevestigende vorm van ‘to be’. Bijvoorbeeld, "They are not home right now" betekent "Zij zijn op dit moment niet thuis".
De vraagzin verandert enkel de volgorde. In plaats van het onderwerp vóór ‘to be’ te plaatsen, zoals in de bevestigende zin, plaats je het werkwoord ‘to be’ vóór het onderwerp van een vraag. Het onderwerp komt nu dus na het werkwoord. Bijvoorbeeld, "Are you ready to go?" ("Ben je klaar om te gaan?").

Afkortingen
In het Engels wordt ‘to be’ vaak afgekort, vooral in de spreektaal. Zo wordt "I am" afgekort tot "I'm" en "You are" tot "You're". Behalve in de vragende vorm, dan blijft het hetzelfde. Deze afkortingen maken je Engels vloeiender en natuurlijker. Let wel op: in schriftelijke vorm, zoals essays, is het soms gepaster om de volledige vorm te gebruiken.













