Leerdoelen
•Je kunt het verschil tussen afzet en omzet benoemen
•Je kunt de omzet berekenen
•Je kunt de verschillende soorten bedrijfskosten benoemen
•Je kent het verschil tussen brutowinst en nettowinst en kunt deze beide berekenen.
Afzet en omzet
De afzet is het aantal producten dat een bedrijf verkoopt. De omzet is het totale bedrag dat een bedrijf ontvangt door deze producten te verkopen. Om de omzet te berekenen, gebruik je de formule:
Voorbeeld
Een bedrijf verkoopt 5.000 producten (afzet) voor € 2 per stuk. De omzet is dan:
5.000 x 2 = € 10.000
Inkoopwaarde
De inkoopwaarde is het totale bedrag dat een bedrijf betaalt om de producten in te kopen. De formule is:
Voorbeeld
Een bedrijf verkoopt 5.000 producten (afzet). De inkoopprijs is € 1,20 per stuk. De inkoopwaarde is dan:
5.000 x 1,20 = € 6.000
Brutowinst en nettowinst
Brutowinst is het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde. De formule is:
Nettowinst is de winst die overblijft nadat alle bedrijfskosten van de brutowinst zijn afgetrokken. Bedrijfskosten kunnen bestaan uit afschrijvingen, loonkosten, huur en energiekosten.
Voorbeeld
Als een bedrijf een brutowinst van € 4000 heeft en de bedrijfskosten € 4.500 zijn, dan is de nettowinst:
4.000 - 4.500 = -€ 500
Dit betekent een nettoverlies van € 500.
Omzet en BTW
Soms wordt de omzet inclusief BTW (Belasting Toegevoegde Waarde) weergegeven. Om de omzet exclusief 21% BTW te berekenen, gebruik je de formule:
Voorbeeld
Een omzet van € 18.150 inclusief 21% BTW:
Omzet exclusief 21% BTW is dus € 15.000
De BTW is dan € 3.150 (18.150 - 15.000)




