Afzet is de hoeveelheid producten die een bedrijf verkoopt. Het wordt vaak aangeduid met de letter Q (van 'quantity').
Er is niet één vaste formule voor 'afzet' zelf, omdat het vaak een variabele is die je óf al weet, óf moet berekenen met behulp van andere formules, afhankelijk van de situatie.
De meest directe manier om afzet te berekenen, als je de omzet en de verkoopprijs per product weet, is door de omzet te delen door de verkoopprijs:
Afzet=VerkoopprijsOmzet
Voorbeeld: Als een bedrijf een omzet heeft van €10.000 en de verkoopprijs per product is €10, dan is de afzet:
Afzet=€10€10.000=1.000 producten
Andere manieren om afzet te berekenen, afhankelijk van de context:
- Break-even afzet: Dit is het aantal producten dat je moet verkopen om precies geen winst of verlies te maken. Je kunt dit berekenen door de totale opbrengsten (TO) gelijk te stellen aan de totale kosten (TK), of door de constante kosten te delen door de dekkingsbijdrage per product.
- Vraagfunctie: Soms is de afzet afhankelijk van de prijs. Dan gebruik je een vraagfunctie, zoals:
Q=−aP+b
Hierin is Q de afzet en P de prijs.
Het ezelsbruggetje 6=3×2 kan je helpen om de relatie tussen omzet, afzet en verkoopprijs te onthouden:
Als Omzet=Afzet×Verkoopprijs (vergelijkbaar met 6=3×2), dan kun je afleiden:
- Afzet=VerkoopprijsOmzet (vergelijkbaar met 3=26)
- Verkoopprijs=AfzetOmzet (vergelijkbaar met 2=36)