Verklaar hoe door een verslechterde wisselkoers er kosteninflatie kan optreden?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe inflatie leidt tot geldontwaarding.
•Je kunt de gevolgen van inflatie uitleggen.
•Je kunt de gevolgen van deflatie uitleggen.
•Je kunt het verschil tussen kosteninflatie en bestedingsinflatie uitleggen.
Geldontwaarding
Wat is inflatie en geldontwaarding?
Wanneer de prijzen van goederen en diensten over het algemeen stijgen, spreken we van inflatie. Een belangrijk gevolg hiervan is dat je met hetzelfde geldbedrag minder kunt kopen dan voorheen. Dit noemen we geldontwaarding: een daling van de koopkracht van geld. Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Een aantal jaar geleden kon je bij McDonald's een hamburger of cheeseburger kopen voor ongeveer één euro. Tegenwoordig kost een hamburger ongeveer één euro zestig. Met dezelfde euromunt kun je dus minder kopen dan vroeger.

Deflatie
Het tegenovergestelde van inflatie is deflatie. Bij deflatie dalen de prijzen van goederen en diensten. Hierdoor stijgt de koopkracht van geld: met hetzelfde bedrag kun je meer kopen. Hoewel dit in eerste instantie positief lijkt, kent deflatie ook belangrijke nadelen voor de economie.
De gevolgen van inflatie
Inflatie heeft verschillende gevolgen voor huishoudens, bedrijven en de economie.
•Daling van de koopkracht: met hetzelfde bedrag kun je minder goederen en diensten kopen.
•Schulden worden minder waard: wanneer iemand bijvoorbeeld €100.000 leent, heeft dat bedrag in de toekomst minder koopkracht. Het terugbetalen van de schuld voelt daardoor minder zwaar.
•Spaargeld wordt minder waard: geld op een spaarrekening verliest koopkracht doordat prijzen stijgen.
•Stijging van de omzet en het nominaal bbp: omzet wordt berekend als prijs keer hoeveelheid. Wanneer prijzen stijgen, stijgt ook de omzet. Hierdoor stijgt automatisch het nominale bbp.
•Verslechtering van de concurrentiepositie: als producten in Nederland duurder worden, worden ze minder aantrekkelijk voor buitenlandse kopers.
•Vervroeging van consumptie: consumenten kopen producten eerder wanneer ze verwachten dat prijzen in de toekomst zullen stijgen.
De gevolgen van deflatie
Deflatie heeft in veel opzichten tegenovergestelde effecten van inflatie.
•Stijging van de koopkracht: met hetzelfde geld kun je meer goederen en diensten kopen.
•Schulden worden meer waard: als iemand €100.000 leent en er treedt deflatie op, vertegenwoordigt dat bedrag in de toekomst juist meer koopkracht. Het terugbetalen van schulden wordt daardoor zwaarder.
•Spaargeld wordt meer waard: het geld op een spaarrekening krijgt meer koopkracht.
•Daling van de omzet en het nominaal bbp: doordat prijzen dalen, nemen ook de omzetten van bedrijven af.
•Verbetering van de concurrentiepositie: lagere prijzen maken producten aantrekkelijker voor buitenlandse kopers.
•Uitstel van consumptie: consumenten stellen aankopen uit wanneer zij verwachten dat prijzen verder zullen dalen. Dit kan leiden tot minder productie en economische stagnatie.
Twee soorten inflatie
Inflatie kan verschillende oorzaken hebben. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen twee hoofdvormen.
Bestedingsinflatie
Bestedingsinflatie ontstaat door overbesteding. Dit betekent dat er meer wordt gevraagd naar goederen en diensten dan bedrijven kunnen produceren. Door deze sterke vraag stijgen de prijzen. Bestedingsinflatie hangt samen met de vraagzijde van de economie en wordt vaak gekoppeld aan de conjunctuur.
Kosteninflatie
Kosteninflatie ontstaat wanneer bedrijven te maken krijgen met hogere productiekosten. Om winstgevend te blijven, verhogen zij hun verkoopprijzen. Voorbeelden van oorzaken van kosteninflatie:
•Stijgende lonen voor werknemers
•Hogere prijzen voor grondstoffen of energie
•Stijgende importprijzen van halffabricaten
Kosteninflatie heeft vooral te maken met de aanbodzijde van de economie en kan ontstaan door structurele veranderingen of externe schokken.












