Invloed van inflatie

Invloed van inflatie

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 08:27
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Open vraag

Sabrina wil heel graag voor een lange tijd op wereldreis. Hiervoor is natuurlijk veel geld nodig en ze heeft zich dan ook voorgenomen om te gaan sparen. Hassan denkt hier totaal anders over. Hij wil namelijk nu meteen op reis en besluit te gaan lenen. Op dit moment is de rente op een spaarrekening 2%, de rente op een lening 2,5 %, de inflatie is 2,5% en de nominale loonstijging is 3%.

Welk economisch argument zal Hassan hebben om niet te gaan sparen, maar om juist te gaan lenen?

Samenvatting

Rente, inflatie en koopkracht: de invloed op sparen en lenen

De keuze tussen sparen en lenen

In deze les onderzoeken we de factoren die van invloed zijn op de keuze tussen sparen en lenen. Eén van de belangrijkste factoren is inflatie, die invloed heeft op onze financiële beslissingen en koopkracht.

Wat is inflatie?

Inflatie verwijst naar de algemene stijging van prijzen in een bepaalde periode. Dit betekent dat je geld in de loop van de tijd minder waard wordt. De koopkracht, oftewel de hoeveelheid goederen en diensten die je kunt kopen met je geld, daalt als de inflatie toeneemt.

Rente en koopkracht

Nominale en reële rente

Er zijn twee belangrijke soorten rente die van invloed zijn op sparen en lenen:

Nominale rente: dit is de rente die je op je bankafschrift ziet staan, bijvoorbeeld 1%. Deze rente geeft een standaard indicatie van wat je zou kunnen verdienen op een spaarrekening.

Reële rente: dit is de nominale rente gecorrigeerd voor de inflatie en geeft een beter inzicht in de werkelijke waarde van je spaargeld.

De formule om de reële rente te berekenen is als volgt:

Indexcijfer reële rente = indexcijfer nominale rente/prijsindexcijfer * 100

Voorbeeld van Reële Rente

Stel dat het CPI (Consumenten Prijs Index) een inflatiecijfer van 1,2% aangeeft. Als de rente op je spaarrekening 0,01% is, berekenen we de reële rente als volgt:

Nominale rente: 0{,}01\%+100=100{,}010{,}01\%+100=100{,}010{,}01\%+100=100{,}00{,}01\%+100=100{,}0{,}01\%+100=1000{,}01\%+100=100{,}01\%+100=10{,}01\%+100=0{,}01\%+1000{,}01\%+100{,}01\%+10{,}01\%+0{,}01\%0{,}010{,}00{,}0

Prijsindexcijfer: 1{,}2\%+100=101{,}21{,}2\%+100=101{,}21{,}2\%+100=101{,}1{,}2\%+100=1011{,}2\%+100=101{,}2\%+100=11{,}2\%+100=1{,}2\%+1001{,}2\%+101{,}2\%+11{,}2\%+1{,}2\%1{,}21{,}1

Als we deze waarden invullen in de formule krijgen we:

Reële Rente =\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot100=98{,}8\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot100=98{,}8\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot100=98{,}\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot100=98\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot100=9\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot100=\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot100\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot10\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot1\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot10\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot1\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\cdot\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\left(\frac{100{,}01}{101{,}2}\right)\frac{100{,}01}{101{,}2}\frac{100{,}01}{101{,}}\frac{100{,}01}{101}\frac{100{,}01}{10}\frac{100{,}01}{1}\frac{100{,}01}{\placeholder{}}100{,}01100{,}0100{,}100101

De reële rente komt uit op een waarde van -1,2%. Dit betekent dat de reële rente negatief is, wat in feite betekent dat inflatie de waarde van je spaargeld vermindert.

Effecten van inflatie en deflatie

Inflatie en geleend geld

Inflatie heeft invloed op zowel spaargeld als geleend geld. Door inflatie:

Sparen: als je spaart, kan de reële waarde van je geld dalen. Dit betekent dat je in de loop van de tijd minder goederen kunt kopen met hetzelfde bedrag.

Lenen: als je geld leent, heeft inflatie het tegenovergestelde effect; het kost je minder om terug te betalen in reële termen omdat de waarde van het geleende bedrag daalt.

Deflatie

Deflatie is het tegenovergestelde van inflatie en verwijst naar een daling van de algemene prijzen. Dit heeft de volgende effecten:

Sparen: het levert meer op, omdat je spaargeld in waarde toeneemt.

Lenen: het kost meer om geld terug te betalen in reële termen, aangezien de waarde van het geleende bedrag stijgt.

Afbeelding

Samenvatting van belangrijke inzichten

Inflatie leidt tot een daling van de koopkracht.

Nominale rente is de rente op papier, terwijl de reële rente rekening houdt met inflatie.

Zowel sparen als lenen hebben verschillende implicaties wanneer inflatie of deflatie aanwezig is.

Deze inzichten helpen je beter te begrijpen hoe rente, inflatie, en koopkracht samenhangen en hoe ze van invloed zijn op financiële beslissingen. Tot de volgende keer!

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo