De reële rente is een belangrijk concept dat aangeeft wat er daadwerkelijk met de koopkracht van je geld gebeurt, omdat het rekening houdt met inflatie. Inflatie is de stijging van prijzen, waardoor je geld minder waard wordt.
Verschil tussen nominale en reële rente
- Nominale rente: Dit is de rente die je direct ziet of afspreekt, bijvoorbeeld het percentage dat je ontvangt op je spaargeld of betaalt op een lening.
- Reële rente: Dit is de nominale rente gecorrigeerd voor inflatie. Het laat zien hoeveel je na inflatie nog kunt kopen met je geld.
Formule en berekening van de reële rente
De reële rente wordt berekend met behulp van indexcijfers. De formule voor het reële indexcijfer is:
Ree¨el indexcijfer=PrijsindexcijferNominaal indexcijfer×100
Hierbij staan de termen voor:
- Reëel indexcijfer (RIC): Dit is de rente gecorrigeerd voor inflatie, wat een beeld geeft van de werkelijke koopkracht van je rente.
- Nominaal indexcijfer (NIC): Dit is 100+nominale rentepercentage. Het vertegenwoordigt de rente die je in euro's ontvangt.
- Prijsindexcijfer (PIC): Dit is 100+inflatiepercentage. Het vertegenwoordigt de inflatie, oftewel de algemene stijging van prijzen.
Nadat je het reële indexcijfer hebt berekend, kun je de reële rente bepalen met de volgende stap:
Ree¨le rente=Ree¨el indexcijfer−100
Voorbeeld
Stel je hebt €10.000 op een spaarrekening met een nominale rente van 2,5% per jaar. De inflatie bedraagt 3,8%.
- Nominaal indexcijfer (NIC):
100+2,5=102,5
- Prijsindexcijfer (PIC):
100+3,8=103,8
- Reëel indexcijfer (RIC):
103,8102,5×100≈98,75
- Reële rente:
98,75−100=−1,25%
Betekenis voor je koopkracht
In dit voorbeeld is de reële rente negatief (-1,25%). Dit betekent dat je koopkracht afneemt. Hoewel je rente ontvangt op je spaargeld, is de inflatie hoger dan de rente die je krijgt. Hierdoor kun je na een jaar met hetzelfde bedrag minder kopen dan voorheen. Je geld wordt dus minder waard in termen van wat je ermee kunt kopen. Als de reële rente positief zou zijn, zou je koopkracht toenemen.