Leg uit wanneer er sprake is van een “extern effect”
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen dat externe effecten onderdeel van een niet-optimale uitkomst zijn.
•Je kunt uitleggen dat in sommige situaties collectieve dwang noodzakelijk is.
•Je kunt beschrijven wat collectieve goederen zijn.
•Je kunt uitleggen hoe bepaalde situaties tot meeliftgedrag leiden.
•Je kunt uitleggen wat rivaliteit en uitsluitbaarheid is en deze concepten toepassen.
Externe effecten
Externe effecten zijn bijkomende gevolgen van productie of consumptie die niet in de prijs van een product of dienst zijn meegenomen en waarvoor de veroorzaker niet betaalt (of beloond wordt). Externe effecten kunnen zowel positief als negatief zijn:
Negatieve externe effecten: Denk aan de productie van een stoel van hout. De verwoesting van natuur om aan dat hout te komen, is een gevolg dat niet in de prijs van de stoel is verwerkt. Een ander voorbeeld is de Champions League finale in Nederland: de enorme toestroom van toeristen kan leiden tot lokale milieuvervuiling, overlast of vandalisme. Deze kosten zijn niet meegenomen in de prijs van een toegangskaartje.
Positieve externe effecten: Bij diezelfde Champions League finale profiteren ondernemers in de regio (hotels, restaurants) van extra klanten. Dit zijn positieve externe effecten, omdat deze extra inkomsten niet direct door de organisatie van de finale worden doorberekend in de kaartprijs.
Maatschappelijke kosten en opbrengsten
Negatieve externe effecten leiden tot maatschappelijke kosten (kosten die de samenleving draagt, maar niet door de veroorzaker worden betaald). Positieve externe effecten leiden tot maatschappelijke opbrengsten (baten die de samenleving ontvangt, maar waar de veroorzaker niet voor wordt beloond). De overheid wil de maatschappelijke kosten zoveel mogelijk beperken en grijpt in bij te veel negatieve externe effecten.
Collectieve dwang en collectieve goederen
Om negatieve externe effecten tegen te gaan, kan de overheid collectieve dwang inzetten. Dit zijn middelen die worden gebruikt om onwenselijk gedrag te voorkomen of te compenseren, bijvoorbeeld via extra belastingen. Met de inkomsten uit deze en andere belastingen produceert de overheid collectieve goederen.
Wat zijn collectieve goederen?
•Collectieve goederen zijn goederen die door de overheid met belastinggeld worden geproduceerd en die de volgende kenmerken hebben:
•Ze zijn niet in individuele eenheden op te splitsen. Het is bijvoorbeeld niet te bepalen hoeveel jij gebruik maakt van een straatlantaarn.
•Er kan geen individuele prijs voor het goed in rekening worden gebracht.
•Ze worden door de overheid geproduceerd.
Voorbeelden van collectieve goederen zijn straatlantaarns en dijken.
Externaliteiten internaliseren: de kosten en baten meenemen
Het internaliseren van externe effecten betekent dat de kosten of baten van een activiteit volledig worden meegenomen door degene die de beslissing neemt, in plaats van dat ze worden afgewenteld op de maatschappij, het milieu of omwonenden. De veroorzaker gaat dus wel betalen voor negatieve externe effecten of wordt beloond bij positieve externe effecten.
Dit kan op verschillende manieren:
•Belastingen: Een belasting op vervuiling zorgt ervoor dat een fabriek betaalt voor de schade die zij veroorzaakt. Deze kosten zullen dan (deels) worden doorberekend in de prijs van hun producten.
•Subsidies: Overheidssubsidies voor activiteiten met positieve externe effecten, zoals onderwijs of groene energie, belonen producenten en stimuleren deze activiteiten.
•Verhandelbare emissierechten: Bedrijven krijgen een recht om een bepaalde hoeveelheid vervuiling (bijvoorbeeld CO2) uit te stoten. Deze rechten kunnen ze verhandelen. De prijs van zo'n emissierecht wordt dan meegenomen in de besluitvorming van bedrijven.
•Aansprakelijkheid of boetes: Bedrijven die schade veroorzaken, kunnen hier zelf aansprakelijk voor worden gesteld via de wet of door middel van boetes. Dit voorkomt afwenteling op de samenleving.
•Regulering: De overheid kan eisen stellen aan bijvoorbeeld geluidsniveaus, veiligheid of vervuiling. Bedrijven moeten dan extra kosten maken om hieraan te voldoen, waardoor ze de schade beperken en de kosten indirect internaliseren.
Verschillende soorten goederen
Naast collectieve goederen zijn er ook quasi collectieve goederen en individuele goederen.
•Collectieve goederen: Worden door de overheid geproduceerd, zijn niet splitsbaar in individuele eenheden en hebben een maatschappelijk belang (bijvoorbeeld dijken, brandweer).
•Quasi collectieve goederen: Worden grotendeels door de overheid betaald, maar kunnen wel individueel worden afgenomen en hebben een maatschappelijk belang. Voorbeelden zijn een paspoort of een rijbewijs. De kosten zijn deels voor jezelf, deels voor de overheid.
•Individuele goederen: Worden door ondernemingen geproduceerd, zijn zeker splitsbaar in individuele eenheden en hebben geen maatschappelijk belang. Voorbeelden zijn een televisie, telefoon of laptop.

Redenen collectieve goederen
De overheid regelt collectieve goederen niet voor niets. Er zijn verschillende belangrijke redenen:
•Maatschappelijk belang: Zaken als stadsparken, dijken, rechtspraak en brandweer zijn essentieel voor de samenleving. Zonder deze voorzieningen zouden er grote problemen ontstaan.
•Universele toegang: Iedereen moet er gebruik van kunnen maken, ongeacht inkomen. Het huis van een rijk persoon mag bijvoorbeeld niet wel geblust worden en dat van een arm persoon niet.
•Kwaliteitscontrole: De overheid kan zelf invloed uitoefenen op de kwaliteit van deze diensten.
•Te duur voor de markt: Veel collectieve goederen, zoals politie of brandweer, zijn zo duur dat een commercieel bedrijf er geen winst op kan maken. Niemand wil betalen voor de dijk als de buurman het ook niet doet.
•Voorkomen van meeliftgedrag: Als de overheid deze goederen niet regelt, zou er snel meeliftgedrag ontstaan.
Meeliftgedrag
Meeliftgedrag (ook wel free rider gedrag) ontstaat wanneer mensen ergens gebruik van maken, maar er niet voor betalen. Dit is vooral een probleem bij collectieve goederen, omdat niemand kan worden uitgesloten van het gebruik.
Om meeliftgedrag te voorkomen bij burgers, wordt de betaling van collectieve goederen afgedwongen met belastingen. Iedereen betaalt mee, zodat de voorzieningen er komen.
Rivaliteit en uitsluitbaarheid
Een andere manier om goederen te categoriseren, is op basis van rivaliteit en uitsluitbaarheid.
•Uitsluitbaarheid: Goederen zijn uitsluitbaar als mensen kunnen worden uitgesloten van het gebruik ervan. Een Netflix-abonnement is uitsluitbaar, want je hebt een wachtwoord nodig. Een flesje cola dat je hebt gekocht, is ook uitsluitbaar, want jij bepaalt wie het drinkt. Een fietspad is daarentegen niet-uitsluitbaar, want je kunt niemand weren.
•Rivaliteit: Goederen zijn rivaliserend als het gebruik ervan door de één het gebruik door de ander uitsluit. Als jij een flesje cola opdrinkt, kan niemand anders precies datzelfde flesje meer opdrinken.
Door te kijken naar rivaliteit en uitsluitbaarheid kun je het onderscheid maken tussen de verschillende soorten goederen. De overheid regelt zaken centraal om te voorkomen dat essentiële voorzieningen zoals dijken of brandweer er niet zouden zijn, juist vanwege het probleem van meeliftgedrag.













