Leerdoelen
•Je weet wat een zwak werkwoord is.
•Je weet hoe een zwak werkwoord is opgebouwd.
•Je kunt zwakke werkwoorden vervoegen.
Wat is een zwak werkwoord?
Een zwak werkwoord is een werkwoord dat geen klankverandering heeft in de verleden tijd. In het Nederlands zie je dit bijvoorbeeld bij "ik maak" en "ik maakte". De stam van het werkwoord blijft hetzelfde. Hetzelfde geldt voor "ik speel" en "ik speelde". Zwakke werkwoorden bestaan uit een stam en een vaste uitgang.
De stam van een werkwoord
De stam van een werkwoord is het hele werkwoord min "-en".
Bijvoorbeeld:
Machen: stam is "mach"
Spielen: stam is "spiel"

Zwakke werkwoorden vervoegen
Om een zwak werkwoord te vervoegen, volg je een eenvoudig stappenplan:
1.Schrijf de stam van het werkwoord op.
2.Kijk naar de persoon die in de zin staat (bijvoorbeeld ich, du, er/sie/es).
3.Voeg de bijbehorende uitgang toe.
Uitgangen voor zwakke werkwoorden
De uitgangen voor zwakke werkwoorden zijn als volgt:
Ich: -e
Du: -st
Er/Sie/Es: -t
Wir: -en
Ihr: -t
Sie/Sie: -en

Voorbeeld met "Spielen"
Ich spiele
Du spielst
Er/Sie/Es spielt
Wir spielen
Ihr spielt
Sie/Sie spielen
Ezelsbruggetje: V-stenten
Om de uitgangen van zwakke werkwoorden makkelijk te onthouden, kun je het ezelsbruggetje "(fe)esttenten" gebruiken. Dit werkt als volgt:
Ich is een uitzondering en krijgt altijd de uitgang -e.
Voor de andere personen kun je het woord "(fe)esttenten" gebruiken om de uitgangen te onthouden:
Du krijgt de uitgang -st.
Er/Sie/Es krijgt de uitgang -t.
Wir krijgt de uitgang -en.
Ihr krijgt de uitgang -t.
Sie/Sie krijgt de uitgang -en.




