Om zwakke Duitse werkwoorden te vervoegen, volg je een paar stappen, vooral als de stam eindigt op een 'd' of 't'.
-
Vind de stam: Haal de uitgang '-en' of '-n' van het hele werkwoord af.
- Voorbeeld: Van 'arbeiten' (werken) is de stam 'arbeit-'. Van 'reden' (praten) is de stam 'red-'.
-
Voeg de juiste uitgang toe: Gebruik de "feesttenten-regel" als ezelsbruggetje voor de algemene uitgangen in de tegenwoordige tijd:
- Ich: -e (bijvoorbeeld: ich arbeite)
- Du: -st (bijvoorbeeld: du arbeitest)
- Er/Sie/Es: -t (bijvoorbeeld: er arbeitet)
- Wir: -en (bijvoorbeeld: wir arbeiten)
- Ihr: -t (bijvoorbeeld: ihr arbeitet)
- Sie/Sie (meervoud/beleefdheidsvorm): -en (bijvoorbeeld: sie arbeiten)
-
Speciale regel voor stammen die eindigen op 'd' of 't': Als de stam van het werkwoord eindigt op een 'd' of 't', voeg je een extra 'e' toe vóór de uitgangen die beginnen met een medeklinker (-st, -t). Dit maakt de uitspraak makkelijker.
-
Voor 'du' en 'er/sie/es' (en 'ihr'):
- Du: stam + e + st
- Er/Sie/Es: stam + e + t
- Ihr: stam + e + t
-
Voorbeeld met 'arbeiten' (stam: 'arbeit-'):
- Ich arbeite
- Du arbeitest (niet 'arbeitst')
- Er/Sie/Es arbeitet (niet 'arbiet')
- Wir arbeiten
- Ihr arbeitet (niet 'arbiet')
- Sie/Sie arbeiten
-
Voorbeeld met 'reden' (stam: 'red-'):
- Ich rede
- Du redest
- Er/Sie/Es redet
- Wir reden
- Ihr redet
- Sie/Sie reden
Deze extra 'e' zorgt ervoor dat de klank van de 'd' of 't' goed hoorbaar blijft en het werkwoord makkelijker uit te spreken is.