Het juiste keuzevoorzetsel invullen
Vertaal het juiste keuzevoorzetsel dat in de zin gebruikt moet worden.
Kies uit de volgende voorzetsels: an, auf, hinter, in, neben, über, unter, vor, zwischen, gegen, zu


Nienke RotteveelVertaal het juiste keuzevoorzetsel dat in de zin gebruikt moet worden.
Kies uit de volgende voorzetsels: an, auf, hinter, in, neben, über, unter, vor, zwischen, gegen, zu
Keuzevoorzetsels zijn voorzetsels die kunnen worden gebruikt met zowel de derde als de vierde naamval in het Duits. Het is belangrijk om te weten welke naamval je moet gebruiken, afhankelijk van de context van de zin.
Voorzetsels geven een richting, een plaats of een relatie aan.
In het Duits zijn er verschillende naamvallen die je moet kunnen onderscheiden. We hebben de eerste, derde en vierde naamval. Voor een goede toepassing van keuzevoorzetsels moet je weten welke naamval aan welk voorzetsel is gekoppeld.
•Bei (bij)
•Mit (met)
•Nach (na)
•Seit (sinds)
•Von (van)
•Zu (naar)
•Durch (door)
•Für (voor)
•Gegen (tegen)
•Um (om)
•Bis (tot)
•Entlang (langs)
Als er geen voorzetsel in de zin staat, moet je de zin ontleden.
•1e naamval: onderwerp van de zin.
•3e naamval: meewerkend voorwerp.
•4e naamval: leidend voorwerp.
Hier is een lijst van belangrijke keuzevoorzetsels:
•Vor (voor)
•Hinter (achter)
•Über (over)
•Unter (onder)
•Neben (naast)
•An (aan)
•Zwischen (tussen)
•Auf (op)
•In (in)
Bij keuzevoorzetsels moet je bepalen of er sprake is van een stilstand of een beweging:
•Waar of wanneer: gebruik de derde naamval (stilstand).
•Waarheen: gebruik de vierde naamval (beweging).
•Geen van bovenstaande: gebruik de 7-2-regel.
Als je niet kunt vragen waar, wanneer of waarheen, kun je de 7-2-regel toepassen:
•Bij auf en unter gebruik je de vierde naamval.
•Voor de overige keuzevoorzetsels gebruik je de derde naamval.
Zin: “Mein Haus steht neben der Schule.”
•Vraag: waar staat het huis? (stilstand)
•Antwoord: het huis staat naast de school.
•Naamval: derde naamval.
Zin: “Ich lege das Buch auf den Tisch.”
•Vraag: waar leg ik het boek? (beweging)
•Antwoord: ik leg het boek op de tafel.
•Naamval: vierde naamval.
Zin: “Er wartet auf den Bus.”
•Vraag: waar wacht hij op? (geen specifieke locatie)
•Antwoord: geen specifieke locatie.
•Naamval: gebruik 7-2-regel, dus vierde naamval.
Het is ook belangrijk om aandacht te besteden aan de persoonlijke voornaamwoorden bij keuzevoorzetsels:
Zin: "Er sitzt zwischen ihnen."
•Vraag: waar zit hij? (stilstand)
•Antwoord: hij zit tussen hen in. (derde naamval)
Zin: “Er setzt sich zwischen sie.”
•Vraag: waarheen gaat hij? (beweging)
•Antwoord: hij gaat tussen hen in zitten. (vierde naamval)
Keuzevoorzetsels kunnen zowel met de derde als vierde naamval worden gebruikt.
Controleer of er sprake is van stilstand of beweging om de juiste naamval te kiezen.
Gebruik de 7-2-regel indien nodig.
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.







