Vertaal de woorden van het grammatica overzicht.
Dit zijn de voorzetsels die bij de 3e naamval horen.


Nienke RotteveelIn deze uitleg zullen we de voorzetsels en het persoonlijk voornaamwoord in de eerste, derde en vierde naamval bespreken. Dit onderwerp kan uitdagend zijn, maar met de juiste methode en wat oefening, zal het je zeker lukken!
Naamvallen zijn verschillende vormen die woorden kunnen aannemen, afhankelijk van hun functie in een zin. Bijvoorbeeld, het woord "hij" kan veranderen in "hem". Deze veranderingen zijn essentieel om betekenis goed over te brengen.
Hier is een overzicht van de belangrijke persoonlijke voornaamwoorden in het Duits:
•ich (ik)
•du (jij)
•er (hij)
•sie (zij)
•es (het)
•wir (wij)
•ihr (jullie)
•sie (zij, meervoud)
•Sie (u)
Daarnaast zijn er de vraagwoorden:
•wer (wie)
•was (wat)
Bij de derde naamval horen een aantal vaste voorzetsels:
•aus (uit)
•bei (bij)
•mit (met)
•nach (naar)
•seit (sinds)
•von (van)
•zu (naar)
Laten we een paar voorbeelden bekijken:
“Das Buch ist von ihm.” (Het boek is van hem.)
Hier zie je het voorzetsel "van", dat bij de derde naamval hoort. "Er" verandert in ihm.
"Ich müsste bei euch sein." (Ik moet bij jullie zijn.)
"Bei" is ook een voorzetsel van de derde naamval. "Jullie" verandert in euch.
"Mit wem spielst du Fußball?" (Met wie speel jij voetbal?)
Hier gebruiken we het voorzetsel "mit", wat leidt naar de vraag over wem (met wie).
Voor de vierde naamval zijn er ook vaste voorzetsels:
•für (voor)
•gegen (tegen)
•ohne (zonder)
•entlang (langs)
•bis (tot)
“Wir spielen gegen euch.” (Wij spelen tegen jullie.)
Het voorzetsel "tegen" hoort bij de vierde naamval. "Jullie" wordt euch.
"Das Geschenk ist für ihn." (Het cadeau is voor hem.)
Hier gebruiken we “voor”, wat bij de vierde naamval hoort. "Hij" verandert in ihn.
"Ich kann nicht ohne dich leben." (Ik kan niet zonder jou leven.)
Het voorzetsel "zonder" vereist het gebruik van dich (jou).
1.Kijk welk voorzetsel in de zin staat.
2.Bepaal of het bij de derde of vierde naamval hoort.
3.Kijk welke persoon je moet invullen en kies het juiste voornaamwoord uit het bijbehorende rijtje.
Naamval: verandering van een woord afhankelijk van de functie in de zin.
Voorzetsels: woorden die een relatie tussen elementen in de zin aangeven.
Persoonlijk voornaamwoord: woorden die verwijzen naar personen of dingen.
Blijf oefenen met de opgaven en maak gebruik van de genoemde voorbeelden. Als je vragen hebt, aarzel dan niet om deze te stellen. Veel succes met je Duitse lessen!
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.







