Werkwoorden haben, sein en werden in de verleden tijd
Wat zijn sterke werkwoorden?
In het Duits maken we onderscheid tussen zwakke en sterke werkwoorden. Dit is belangrijk omdat zwakke werkwoorden een vaste stam hebben zonder klankverandering.
Bijvoorbeeld, bij het werkwoord fietsen verandert de stam niet: fietste blijft fietsten.
Aan de andere kant hebben sterke werkwoorden, zoals haben, sein, en werden, een andere stam in de verleden tijd. Dit betekent dat ze wel klankverandering ondergaan.
Vervoegingen van haben
Laten we eens kijken naar de vervoeging van het werkwoord haben in de verleden tijd. Hieronder vind je de vormen die je moet kennen:
•ik had - ich hatte
•jij had - du hattest
•hij/zij/het had - er/sie/es hatte
•wij hadden - wir hatten
•jullie hadden - ihr hattet
•zij hadden - Sie/sie hatten
Vervoegingen van sein
Het werkwoord sein heeft ook een specifieke vervoeging in de verleden tijd. Hier zijn de vormen:
•ik was - ich war
•jij was - du warst
•hij/zij/het was - er/sie/es war
•wij waren - wir/ihr/sie waren
•jullie waren - ihr wart
•zij waren - Sie/sie waren
Vervoegingen van werden
Het werkwoord werden is iets complexer omdat het twee betekenissen heeft in de verleden tijd: werden en zouden. Hier zijn de vervoegingen:
•ik werd - ich wurde
•jij werd - du wurdest
•hij/zij/het werd - er/sie/es wurde
•wij werden - wir/ihr/sie wurden
•jullie werden - ihr wurdet
•zij werden - Sie/sie wurden
Belangrijke patronen
Bij het vervoegen van deze sterke werkwoorden in de verleden tijd hebben we opgemerkt dat er enkele belangrijke patronen zijn:
•De wij- en zij-vormen zijn gelijk voor zowel haben als werden.
•De ik-vorm van haben en sein verschilt van de hij/zij/het-vorm.
•De hij/zij/het-vorm van sein en er hebben ook een gelijke vorm.
Samenvatting
Je weet nu dat haben, sein en werden sterke werkwoorden zijn die in de verleden tijd verschillende vormen aannemen. Vergeet niet deze vormen regelmatig te oefenen. Probeer zelf zinnen te maken met deze werkwoorden in de verleden tijd om ze goed onder de knie te krijgen.
Ga aan de slag met extra oefeningen om deze werkwoorden te oefenen. Maak gebruik van de geleerde vervoegingen en kijk of je ze in verschillende zinnen kunt toepassen.
Doe je best en veel succes!