Vul de zinnen in met de juiste vorm van de sterke werkwoorden met een 'a' of 'e' in de stam.
Sterke werkwoorden in het Duits: A en E in de stam
In deze les behandelen we de sterke werkwoorden in het Duits, specifiek die met een A of E in de stam. We leren hoe je deze werkwoorden juist vervoegt en welke uitzonderingen er zijn.
Zwakke vs. sterke werkwoorden
Zwakke werkwoorden: hebben een vaste stam zonder klankverandering. Bijvoorbeeld "machen" (maakte).
Sterke werkwoorden: veranderen van klank in de verleden tijd. Bijvoorbeeld "sprechen" (sprach, gesprochen).
Sterke werkwoorden met een A in de stam
Bij werkwoorden met een A in de stam, zoals "fallen", verandert de stamklank bij de du- en er/sie/es-vorm. De A krijgt een umlaut (ä).
Voorbeeld:
•Ich falle
•Du fällst
•Er/sie/es fällt
•wir fallen
•ihr fallt
•Sie/sie fallen
Dit geldt ook voor werkwoorden zoals stoßen en laufen. Bij deze werkwoorden verandert de O of A ook in een umlaut bij de du- en er/sie/es-vorm.
Sterke werkwoorden met een E in de stam
Werkwoorden met een E in de stam kunnen op twee manieren veranderen: naar I of IE.
E naar I: dit gebeurt bij een korte klank, zoals in "helfen". Bij twee medeklinkers na de stamklank verandert de E in een I.
Voorbeeld:
•Ich helfe
•Du hilfst
•Er/sie/es hilft
•wir helfen
•ihr helft
•Sie/sie helfen
E naar IE: dit gebeurt bij een lange klank, zoals in "sehen". Bij één medeklinker of een H na de stamklank verandert de E in een IE.
Voorbeeld:
•Ich sehe
•Du siehst
•Er/sie/es sieht
•wir sehen
•ihr seht
•Sie/sie sehen
Uitzonderingen!
Er zijn enkele uitzonderingen op deze regels:
Geben, nehmen, treten: hoewel deze werkwoorden een lange klank hebben, verandert de E alleen in een I.
Voorbeeld:
•Es gibt
•Er nimmt
•Sie tritt
Gehen, stehen, bewegen: bij deze werkwoorden vindt er helemaal geen klankverandering plaats.
Voorbeelden en oefeningen
Bekijk de volgende voorbeelden om de regels in actie te zien:
•Sie geht (geen klankverandering)
•Du stießt (klankverandering naar IE)
•Er bewegt (geen klankverandering)
Samenvatting
We hebben gekeken naar het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden en specifiek naar de sterke werkwoorden met een A of E in de stam. We hebben ook de uitzonderingen besproken. Onthoud dat de klankverandering alleen plaatsvindt bij de du- en er/sie/es-vormen. Veel succes met oefenen!













