Resorptie is de opname van stoffen vanuit onder andere de epitheelcellen in de dunne darm wand. Selecteer de plek(ken) waar deze stoffen terecht komen.
Resorptie vindt plaats in de dunne darm en is een essentieel proces voor de opname van verschillende verteringsproducten. De dunne darm bezit bepaalde eigenschappen, zoals darmplooien, darmvlokken, en epitheelcellen, die het mogelijk maken voor een groot oppervlakte voor dit proces. Deze eigenschappen, samen met de aanwezigheid van veel bloed en lymfevaten, maken de darm tot een uitstekende plek voor de resorptie en opname van voedingsstoffen.

Methoden van opname
Er zijn drie manieren waarop verteringsproducten kunnen worden opgenomen in het lichaam:
1.Diffusie: Dit is waar moleculen direct door het celmembraan heen gaan, van gebieden met een hoge concentratie naar gebieden met een lagere concentratie. Dit wordt ook wel passief transport genoemd, omdat het geen energie kost. Sommige stoffen die op deze manier door het membraan kunnen diffunderen, zijn bijvoorbeeld vetachtige stoffen, glycerol, vetzuren en vetoplosbare vitamines.
2.Diffusie door porie-eiwitten: Voor moleculen die niet gemakkelijk door het celmembraan kunnen bewegen vanwege hun eigenschappen, zijn er speciale membraaneiwitten die de moleculen doorlaten volgens de wetten van diffusie. Water is een voorbeeld van een dergelijke stof, evenals wateroplosbare vitaminen.
3.Actief transport: Dit is waar speciale transporteiwitten stoffen door het celmembraan transporteren kosten energie en ATP, waardoor het actief transport wordt genoemd. Voorbeelden van stoffen die op deze manier worden getransporteerd, zijn monosacharide, bepaalde aminozuren en mineralen.
Actief vs Passief Transport
Actief transport kan tegen de concentratiegradiënt in plaatsvinden, of van een lage concentratie naar een hoge concentratie. Dit proces kost ATP. Soms kunnen moleculen simpelweg niet door het celmembraan heen zonder de hulp van een specifieke truc, die ook ATP kost.
Daarentegen gaat passief transport altijd met de concentratiegradiënt mee, dus het gaat alleen van een hoge concentratie naar een lagere concentratie. Ook is er selectie mogelijk, waarbij de cel bepaalt wat wel en niet door het celmembraan mag.

Wat gebeurt er na de resorptie?
Na de resorptie komen alle opgenomen stoffen door bloedvaten in de poortader, wat betekent dat alles wat ons lichaam binnenkomt, eerst langs de lever gaat. De lever speelt een cruciale rol bij het reguleren van de stoffen die het lichaam via de dunne darm binnendringen.
De dikke darm heeft ook een functie om vooral water en eventuele mineralen terug te winnen. Het speelt een belangrijke rol in het handhaven van de balans van vocht in ons lichaam en het bevorderen van de darmflora, oftewel de normale microbiële bevolking in onze darmen.
Lactose-intolerantie
Mensen met lactose-intolerantie kunnen lactose, een suiker dat in melk voorkomt, niet adequaat afbreken omdat hun lichaam het enzym lactase niet aanmaakt, dat nodig is voor de afbraak van lactose in de dunne darm. Hierdoor blijft lactose onverteerd in de darm en komt het in de dikke darm terecht, waar het de osmotische waarde verhoogt. Dit leidt tot een moeilijkere uitscheiding van water, waardoor diarree kan ontstaan.

Lactose-intolerantie wordt niet noodzakelijk beschouwd als een afwijking, omdat het varieert afhankelijk van welk deel van de wereld men bekijkt. In het noorden is het over het algemeen normaal dat mensen lactose kunnen afbreken, terwijl in het zuiden het normaal is dat mensen lactose-intolerant zijn.

Verschillende darmstelsels volgens het dieet
Het menselijk darmstelsel is ontworpen als een alleseter en verschilt van diegenen die specifiek carnivoren of herbivoren zijn. Hoewel er nog veel meer te leren valt over resorptie, is het duidelijk dat het een vitaal proces is voor het opnemen van voedingsstoffen in het menselijk lichaam, en hoe het lichaam reageert op verschillende voedingsstoffen kan variëren, zoals in het geval van lactose-intolerantie.














