Wat wordt bedoeld met 'voedselzekerheid'?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen welke invloed de bodemkwaliteit heeft op voedselzekerheid.
•Je kunt uitleggen hoe voedsel binnen de samenleving wordt verdeeld.
•Je kunt uitleggen waarom het stimuleren van exportlandbouw in droge gebieden weinig bijdraagt aan voedselzekerheid.
Voedselzekerheid: een wereldwijd probleem
Voedselzekerheid betekent dat er overal en voor iedereen voldoende voedsel beschikbaar is. Helaas is dit niet altijd het geval. Veel factoren beïnvloeden de beschikbaarheid en toegang tot voedsel, waaronder de kwaliteit van de bodem, de manier waarop voedsel binnen samenlevingen wordt verdeeld en de effectiviteit van landbouwmethoden in verschillende klimaatzones.
Bodemkwaliteit en draagkracht in droge gebieden
In droge gebieden, zoals savanne en steppe, zijn de bodems van nature kwetsbare bodems. Deze gebieden hebben een geringe draagkracht, wat betekent dat de grond weinig oplevert en snel uitgeput raakt bij verkeerd gebruik.
Van nomadische veeteelt naar intensieve akkerbouw
Vroeger was in veel van deze droge gebieden nomadische veeteelt de gangbare praktijk. Mensen trokken met hun vee door het landschap, waardoor de bodem de tijd kreeg om zich te herstellen nadat het vee verder was getrokken. Dit hield het ecosysteem intact.
Door de wereldwijde bevolkingsgroei en toenemende welvaart is er echter meer voedsel nodig. Dit leidt tot een intensiever gebruik van de grond. Nomadische veeteelt maakt steeds vaker plaats voor akkerbouw, vaak op grote schaal, met grote plantages voor exportlandbouw. Hierbij worden handelsgewassen geteeld die bestemd zijn voor de export. Deze vorm van landbouw wordt vaak uitgevoerd door een elite binnen het land of door multinationale ondernemingen.
Gevolgen van intensief gebruik
Het intensieve gebruik van bodems met een geringe draagkracht brengt grote risico's met zich mee. De draagkracht wordt vaak overschreden, waardoor de grond zich niet kan herstellen. Dit leidt tot bodem- of landdegradatie: de bodem wordt steeds minder vruchtbaar en de opbrengst neemt af. Bovendien gaat de biodiversiteit achteruit, omdat planten en dieren die afhankelijk zijn van een gezonde bodem verdwijnen.
Het grootste probleem in droge gebieden is de verdamping van water uit de bodem. De zon staat er fel op, en hoewel er vocht in de bodem zit, verdampt het snel. Dit is schadelijk voor plantengroei en het bodemleven.
Droogtelandbouw: oplossingen voor kwetsbare gebieden
Landbouw in droge gebieden is mogelijk, maar vereist een zorgvuldige aanpak. Het doel is om de bodem beter bestand te maken tegen droogte (resistentie vergroten) en verdamping tegen te gaan. Dit noemen we droogtelandbouw.
Technieken van droogtelandbouw
Om droogtelandbouw te stimuleren, kunnen de volgende technieken worden toegepast:
•Minder ploegen: door minder te ploegen, wordt de bodem minder gekeerd, waardoor vocht minder snel verdampt en de bodem minder snel verstuift.
•Bodem bedekt houden: de bodem kan bedekt worden met plantenafval (resten van de oogst) of mest. Dit beschermt de bodem tegen verdamping en voegt organisch materiaal toe.
•Verbeterde irrigatie: efficiëntere irrigatiemethoden, zoals druppelirrigatie, zorgen ervoor dat water direct bij de planten komt en minder verdampt. Ook het voorkomen van verdamping uit waterlopen is belangrijk.
•Voorkomen van bodemerosie: technieken zoals hoogtelijnploegen (ploegen langs de hoogtelijnen van een helling) en het aanbrengen van beplanting (bijvoorbeeld windsingels) helpen de bodem op zijn plaats te houden en de windsnelheid te breken, wat verstuiving tegengaat.
•Minder kunstmest gebruiken: kunstmest heeft water nodig om op te lossen. Dit water is dan niet beschikbaar voor de planten. Het gebruik van traditionele mest (zoals koemest) en plantenafval is beter, omdat het mineralen terugbrengt in de bodem en de bodemstructuur verbetert.
De rol van kleinschalige landbouw
Kleinschalige landbouw kan, mits de principes van droogtelandbouw worden toegepast, een hogere en duurzamere opbrengst opleveren.
Honger en ondervoeding: meer dan alleen een tekort aan voedsel
Wanneer de voedselvoorziening niet in orde is, spreken we van honger. Maar er is ook ondervoeding, wat niet alleen een tekort aan voedsel kan zijn, maar ook kwalitatieve ondervoeding. Dit betekent dat mensen wel genoeg eten binnenkrijgen, maar niet voldoende vitaminen en mineralen. Dit is een wereldwijd probleem.
Op de kaart van het World Food Programme is te zien dat ondervoeding en daarmee voedselonzekerheid in grote delen van de wereld voorkomt, met name in Afrika, maar ook in delen van Zuid-Amerika en zelfs in landen als India.
Voedselonzekerheid binnen landen: stratificatie
Binnen landen is de voedselonzekerheid vaak ongelijk verdeeld. Dit heeft te maken met de stratificatie van de samenleving, oftewel de indeling van de bevolking in verschillende groepen.
Sociaaleconomische stratificatie
Bij sociaaleconomische stratificatie wordt de bevolking ingedeeld op basis van inkomen of grondbezit. In perifere landen is de ongelijkheid op het platteland vaak groot:
•Grondbezit: arme mensen bezitten vaak geen grond, terwijl een elite of multinationale ondernemingen (MNO's) juist veel grond bezitten, vaak voor exportlandbouw.
•Inkomen: landbouw levert vaak een relatief laag inkomen op. Als je geen grond bezit en afhankelijk bent van werk in de landbouw, is je inkomen laag en daarmee je voedselzekerheid gering. Je weet dan niet zeker of je altijd voldoende voedsel kunt kopen.
Sociale stratificatie
Sociale stratificatie deelt de bevolking in op basis van status in de maatschappij. In veel landen hebben vrouwen en etnische minderheden een lage status, wat hun voedselzekerheid beïnvloedt:
•Onderwijs en kennis: vrouwen en meisjes hebben in veel perifere landen minder kans op onderwijs, waardoor ze minder kennis hebben van moderne landbouwmethoden.
•Eigendomsregistratie: er is vaak geen officiële registratie van grondbezit, of vrouwen en etnische minderheden kunnen wettelijk geen land bezitten of registreren. Dit maakt hun positie kwetsbaar.
•Vooroordelen en discriminatie: deze groepen kunnen te maken krijgen met vooroordelen en discriminatie, waardoor ze minder toegang hebben tot middelen en kansen.
Kortom, groepen met een lage status vissen vaak achter het net als het gaat om voedselzekerheid.
De dimensies van voedselzekerheid
Voedselzekerheid kan vanuit verschillende dimensies worden bekeken:
•Economische dimensie: hierbij gaat het om grondbezit, het type landbouw (zelfvoorzienend of exportlandbouw) en de sociaaleconomische stratificatie.
•Sociaal-culturele dimensie: deze dimensie richt zich op de status van groepen in de samenleving en de sociale stratificatie.
•Natuurlijke dimensie: dit omvat de bodemkwaliteit, de aanwezigheid van droge gebieden en de noodzaak van droogteresistentie en droogtelandbouw. Het verbeteren van de bodemkwaliteit is hierbij cruciaal.
Beleid en bestuur: de rol van landen
Het beleid van een land speelt een belangrijke rol in het benaderen van voedselzekerheid.
Natuurlijke en economische beleidskeuzes
•Natuurlijke dimensie: hoewel een land weinig kan doen aan het neerslagregime, kan het wel invloed uitoefenen op waterbeheer en het stimuleren van droogtelandbouw om de bodem resistenter te maken tegen droogte.
•Economische dimensie: landen kunnen beleid voeren ten aanzien van exportlandbouw, bijvoorbeeld door te kijken naar de verdeling van de winst. Ook landhervorming, waarbij grond eerlijker wordt verdeeld over de bevolking, kan de voedselzekerheid verbeteren. Bezit van grond leidt, vooral bij traditionele en zelfvoorzienende landbouw, tot meer ondernemerschap en investeringen.
De politieke dimensie en good governance
De politieke dimensie is ook van groot belang:
•Good governance: goed bestuur is essentieel. Worden zaken in het land goed geregeld? Komt internationale steun terecht bij de groepen die het nodig hebben, of is er sprake van corruptie?
•Territoriale conflicten: conflicten, bijvoorbeeld tussen nomadische groepen en gevestigde landbouwers, kunnen de voedselzekerheid ondermijnen.
•Fragile State Index: de kwaliteit van bestuur en de aanwezigheid van conflicten worden vaak samengebracht in de Fragile State Index. Landen met een hoge score op deze index zijn kwetsbaar, wat de kans op succes van landbouwprojecten en hulpverlening verkleint.
Waarom exportlandbouw in droge gebieden vaak faalt
Het stimuleren van exportlandbouw in droge gebieden helpt vaak weinig voor de voedselzekerheid, en kan deze zelfs verslechteren. Dit komt doordat:
•Intensief grondgebruik: meer grond wordt in gebruik genomen voor intensieve akkerbouw, vaak ten koste van duurzamere methoden zoals nomadische veeteelt.
•Hoge eisen aan de bodem: exportlandbouw is intensief en vereist veel water, hulpmiddelen, kunstmest en bestrijdingsmiddelen om de bodem vruchtbaar te houden. Deze middelen zijn vaak duur en niet altijd beschikbaar in droge gebieden.
•Bodemuitputting: het gebruik van deze middelen en de intensieve bewerking putten de bodem uit. De draagkracht van het gebied wordt overschreden.
•Verminderde opbrengst: uiteindelijk raakt de bodem uitgeput, wat leidt tot steeds minder opbrengst. Dit vermindert de voedselzekerheid in plaats van deze te verbeteren. De methoden die nodig zijn voor exportlandbouw passen vaak niet goed bij de kwetsbare omstandigheden van droge gebieden.













