Wat wordt bedoeld met 'complementariteit' in de context van de interactietheorie?
Leerdoelen
•Je kunt de effecten van economische globalisering op de beschikbaarheid van voedsel in landen benoemen en uitleggen.
•Je kunt beschrijven hoe landen en regeringen het mondiale voedselvraagstuk beïnvloeden.
•Je kunt de rol van technologische ontwikkelingen bij het mondiale voedselvraagstuk analyseren, inclusief de voor- en nadelen.
•Je kunt aan de hand van het voorbeeld van soja-import de comparatieve voordelen tussen Nederland en Brazilië verklaren.
Economische globalisering en voedselbeschikbaarheid
Economische globalisering heeft grote invloed op de beschikbaarheid van voedsel wereldwijd. Goederen, waaronder voedsel, worden uitgewisseld tussen landen. Deze uitwisseling vindt plaats als er aan drie voorwaarden voldaan is: er is complementariteit (land A heeft iets wat land B wil), het product kan getransporteerd worden (transporteerbaarheid), en er zijn geen tussenliggende mogelijkheden. Maar wat als een land een gewas importeert dat het zelf ook kan telen? Dit heeft vaak te maken met winstgevendheid en comparatieve voordelen.
Comparatieve voordelen en regionale specialisatie
Een land heeft een comparatief voordeel als het een product of gewas goedkoper kan produceren dan andere landen. Dit kan komen door verschillende factoren:
•Gunstige omstandigheden voor de teelt: denk aan een beter klimaat of een vruchtbaardere bodem.
•Specifieke kennis over de teelt van gewassen.
•Lagere arbeidskosten.
•Gunstige wet- of regelgeving.
Deze comparatieve voordelen leiden tot regionale specialisatie. Een land of regio richt zich dan op de teelt van een beperkt aantal gewassen waar het de meeste voordelen uit kan halen. Door deze specialisatie kan het comparatieve voordeel zelfs nog groter worden, omdat het land steeds beter wordt in die specifieke teelt.
Exportlandbouw is zo winstgevend dat in veel landen meer aandacht uitgaat naar handelsgewassen dan naar voedselgewassen voor eigen consumptie.
Voor veel ontwikkelingslanden (perifere landen) wegen de inkomsten uit exportlandbouw vaak zwaarder dan de nadelen, waardoor deze vorm van landbouw gestimuleerd blijft worden.
Deze problemen laten zien dat de huidige intensieve landbouw niet eindeloos kan doorgaan zonder kritische overweging van de gevolgen.
Exportlandbouw: kansen en risico's
Regionale specialisatie leidt vaak tot exportlandbouw, waarbij gewassen specifiek voor de export worden geteeld. Dit levert veel geld op voor landen en regeringen steunen dit vaak.
Hoe regeringen exportlandbouw stimuleren
Regeringen kunnen exportlandbouw op verschillende manieren stimuleren:
•Landbouwsubsidies: direct geld geven aan boeren om hun productie te ondersteunen.
•Vergemakkelijken van export: dit kan de productiekosten verlagen of een hogere productie mogelijk maken.
•Subsidies voor innovaties en duurzaamheid: investeren in nieuwe technologieën zoals robotisering en mechanisering om de efficiëntie te verhogen.
Nadelen van exportlandbouw
Hoewel exportlandbouw de welvaart kan verhogen, zijn er ook belangrijke nadelen:
•Monocultuur: het telen van één gewas op grote schaal. Dit maakt de landbouw kwetsbaar voor ziekten en plagen en kan leiden tot milieuproblemen.
•Verdringing van lokale voedselproductie: exportlandbouw neemt vaak de beste landbouwgrond in beslag, waardoor er minder ruimte overblijft voor de teelt van voedsel voor de lokale bevolking. Soms is de import van een voedselgewas zelfs goedkoper dan lokale productie, waardoor lokale boeren hun producten niet meer kwijt kunnen en stoppen.
•Uitstoot van arbeid: door mechanisering en grootschaligheid is er minder handarbeid nodig, wat leidt tot werkloosheid op het platteland.
•Milieuproblemen: monocultuur kan leiden tot problemen met de grond- en waterkwaliteit, bijvoorbeeld door het uitspoelen van bestrijdingsmiddelen.
Technologische vooruitgang in de landbouw
De landbouw heeft een enorme technologische ontwikkeling doorgemaakt, wat heeft bijgedragen aan een hogere voedselproductie.
De groene revolutie
In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw vond de groene revolutie plaats. Deze revolutie richtte zich vooral op zaadveredeling, waardoor planten meer opbrengst per plantje leverden. Ook het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen droeg bij aan hogere opbrengsten per perceel, door insecten en schimmels te bestrijden.
Genetische modificatie
Tegenwoordig worden gewassen en vee ook genetisch gemodificeerd. Dit betekent dat het DNA van planten of dieren wordt aangepast om bepaalde eigenschappen te verbeteren.
•Voordelen: planten kunnen beter bestand worden tegen weersomstandigheden en ziekten, en er is soms minder behoefte aan bestrijdingsmiddelen. Bij vee kan genetische modificatie leiden tot meer vlees per dier, wat de productie verhoogt.
•Nadelen: er is veel discussie over de veiligheid en ethiek van genetische modificatie
Schaduwkanten van intensieve landbouw en technologie
Ondanks de voordelen van technologische vooruitgang en exportlandbouw, zijn er ook aanzienlijke nadelen en risico's.
Hoge kosten en sociale ongelijkheid
De innovaties in de landbouw zijn duur. Zaaigoed van hoogopbrengende gewassen, kunstmest en genetisch gemodificeerde zaden zijn prijziger dan traditionele varianten. Dit betekent dat niet elke boer zich deze middelen kan veroorloven. Gewassen met hoge opbrengst vereisen vaak ook perfecte omstandigheden, zoals irrigatiesystemen, kunstmest en bestrijdingsmiddelen, wat de kosten verder opdrijft. Dit leidt tot een groeiende sociale ongelijkheid op het platteland:
•Grote bedrijven die zich richten op exportlandbouw floreren en vergroten hun welvaart.
•Traditionele boerenbedrijven hebben moeite om te concurreren en hun hoofd boven water te houden.
Duurzaamheid en milieuproblemen
De intensieve landbouwmethoden zijn vaak niet duurzaam en veroorzaken diverse milieuproblemen:
•Landdegradatie: het telen van steeds hetzelfde gewas (monocultuur) zonder voldoende bodemverrijking put de bodem uit, waardoor deze armer en schraler wordt. Dit maakt de grond gevoeliger voor winderosie.
•Waterhuishouding: plantages met monocultuur kunnen een lastig waterhuishoudingssysteem hebben, wat kan leiden tot verdroging. In mediterrane gebieden kan verzilting optreden door overmatige irrigatie.
•Verlies van biodiversiteit: grootschalige, gemechaniseerde teelt en monocultuur leiden tot een afname van de verscheidenheid aan planten- en diersoorten in een gebied.
•Milieuvervuiling: het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen kan leiden tot vervuiling van bodem en water.
Waarom importeert Nederland zoveel soja uit Brazilië?
Het voorbeeld van soja-import door Nederland uit Brazilië illustreert perfect de principes van comparatieve voordelen en regionale specialisatie.
Comparatieve voordelen van Brazilië en Nederland
•Brazilië: kan soja op een goedkope en grootschalige manier verbouwen. De omstandigheden (klimaat, bodem, ruimte) zijn gunstiger dan in Nederland, waardoor Brazilië een comparatief voordeel heeft in de sojateelt.
•Nederland: heeft een grote intensieve veehouderij en vleesverwerkende industrie. Soja is een eiwitrijk gewas en een belangrijk ingrediënt voor veevoer. Nederland kan vlees tegen scherp concurrerende prijzen exporteren (ongeveer 70% van het in Nederland geproduceerde vlees wordt geëxporteerd), wat duidt op een comparatief voordeel in de vleesproductie en -verwerking
De keten van comparatieve voordelen
Door deze comparatieve voordelen is het voor Nederland voordeliger om soja uit Brazilië te importeren dan het zelf te telen. De geïmporteerde soja is goedkoper dan wanneer Nederland het zelf zou produceren. Deze goedkope soja draagt bij aan de lage productiekosten van vlees in de Nederlandse intensieve veehouderij, waardoor Nederland zijn vleesproducten weer voordelig kan exporteren. Dit is een duidelijk voorbeeld van hoe economische globalisering en specialisatie de mondiale voedselketen vormgeven.













