Voedselzekerheid vergroten en hulp daarbij

Voedselzekerheid vergroten en hulp daarbij

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 16:21
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Open vraag

Wat is voedselzekerheid?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt benoemen welke organisaties betrokken zijn bij het oplossen en voorkomen van een voedselcrisis en bij het verstrekken van noodhulp.

Je kunt uitleggen wat de voor- en nadelen zijn van externe hulp bij een voedselcrisis.

Honger en voedselzekerheid: wat is het verschil?

Als we spreken over honger, dan bedoelen we dat de voedselvoorziening niet in orde is. Dit kan komen door conflicten, droogte, een tekort aan vegetatie of juist door extreme neerslag. Het is belangrijk om te weten dat honger niet hetzelfde is als voedselzekerheid of ondervoeding. Honger gaat specifiek over het risico op een acuut tekort aan voedsel.

Drie soorten hulp bij een voedselcrisis

Bij een voedselcrisis kunnen we drie soorten hulp onderscheiden, elk met een eigen doel en karakter.

Noodhulp

Noodhulp is bedoeld om levensbedreigende situaties op te lossen. Denk hierbij aan acute hongersnood, natuurrampen zoals aardbevingen en overstromingen, of conflicten. Deze hulp bestaat vaak uit directe voedselhulp en is altijd tijdelijk. Zodra de noodsituatie voorbij is, stopt ook de hulp. Noodhulp duurt meestal kort, bijvoorbeeld drie maanden tot een half jaar. De inhoud van deze hulp wordt grotendeels bepaald door de organisatie die de hulp verleent.

Projecthulp

Projecthulp is gericht op het oplossen van een concreet probleem, zoals het verbeteren van de voedselzekerheid op de lange termijn. In tegenstelling tot noodhulp wordt projecthulp vaak niet in de vorm van voedsel gegeven, maar bijvoorbeeld als geld, opleidingen of kennisoverdracht. Het doel is om mensen na verloop van tijd in staat te stellen het probleem zelf op te lossen. Projecthulp is ook tijdelijk, maar duurt langer dan noodhulp, soms wel drie jaar. Ook hier bepaalt de hulpverlener mede hoe het project wordt vormgegeven.

Programmahulp

Programmahulp is de meest langdurige vorm van hulp. Deze is bedoeld voor langdurige problemen of om beleid te stimuleren, zoals het bevorderen van droogteresistentie in de landbouw. Programmahulp bestaat vaak uit geld dat over een langere periode wordt gegeven. Bij programmahulp is er veel meer afstemming tussen de hulpverleners en de ontvangers. De rol van de ontvanger is hierbij veel groter dan bij project- of noodhulp, en er is vaak een duidelijke afspraak over wat de hulp moet opleveren en hoe dit bereikt moet worden.

Organisaties betrokken bij hulpverlening

Verschillende soorten organisaties zijn actief in het verlenen van hulp bij voedselcrises.

Hulporganisaties

Dit zijn vaak grote, internationale organisaties die onafhankelijk zijn van individuele regeringen. Voorbeelden zijn onderafdelingen van de Verenigde Naties, zoals de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie) en het World Food Program (WFP). Ook het Rode Kruis en de Rode Halve Maan vallen hieronder, vaak gericht op medische hulp. Deze organisaties hebben vaak een eigen budget, dat onder andere wordt aangevuld met jaarlijkse bijdragen van regeringen. Hoewel ze onafhankelijk zijn, kunnen ze soms wel beïnvloed worden door regeringen of wrijving ervaren in conflictgebieden.

Gouvernementele organisaties

Dit zijn organisaties die direct verbonden zijn aan een overheid (government). Een voorbeeld van een intergouvernementele organisatie is de Europese Unie, een samenwerking van meerdere regeringen. Deze organisaties voeren beleid uit dat door de betrokken regeringen is vastgesteld.

Non-gouvernementele organisaties (NGO's)

NGO's zijn onafhankelijk van regeringen. Bekende voorbeelden zijn Oxfam Novib en Artsen Zonder Grenzen. Hoewel ze soms geld ontvangen van regeringen, zijn hun inkomsten veel vaker afkomstig van leden, donateurs en sponsors. Deze onafhankelijkheid stelt NGO's in staat om andere keuzes te maken dan gouvernementele organisaties, die gebonden zijn aan de wensen van de regeringen die hen financieren.

Dimensies van voedselzekerheid en de Fragile State Index

Het vergroten van voedselzekerheid speelt zich af in verschillende dimensies.

Natuurlijke dimensie

In de natuurlijke dimensie zijn er vaak beperkte mogelijkheden om problemen op te lossen. Denk aan droogte of extreme weersomstandigheden; hier kun je niet altijd direct iets aan veranderen.

Economische dimensie

In de economische dimensie zijn er wel veel mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld droogte-landbouw stimuleren, waarbij gewassen worden geteeld die goed tegen droogte kunnen. Ook exportlandbouw kan de economie stimuleren, maar hierbij is het belangrijk te kijken naar de verdeling van de winst en het grondbezit. Als grondbezit ongunstig verdeeld is, bijvoorbeeld wanneer traditionele boeren geen grond hebben, kan landhervorming een oplossing zijn. Het voordeel hiervan is dat mensen meer energie en investeringen in hun grond steken als ze er eigenaar van zijn, wat het ondernemerschap vergroot.

Politieke dimensie

De politieke dimensie omvat alles wat te maken heeft met good governance (goed bestuur). Hierbij gaat het om de vraag of een land goed wordt bestuurd, of geld bij de juiste projecten terechtkomt en of er sprake is van corruptie. Ook conflicten spelen een grote rol. De manier waarop deze dimensies in een land functioneren, is cruciaal voor de effectiviteit van hulp.

De Fragile State Index

Om te bepalen waar hulp het meest effectief kan zijn, wordt vaak gekeken naar de Fragile State Index. Deze index combineert factoren zoals conflicten, corruptie en de kwaliteit van de rechtspraak in één score. Hoe slechter een land scoort op deze index, hoe minder zeker het is dat hulp – of het nu noodhulp, projecthulp of programmahulp is – op de juiste plek terechtkomt. Organisaties zijn daarom vaak huiverig om langdurige projecten te starten in landen met een lage score, zoals Tsjaad of Jemen, waar conflicten veel voorkomen. NGO's kunnen hierin soms onafhankelijker opereren dan gouvernementele organisaties.

De effectiviteit van externe hulp: Coherent beleid

De discussie over de effectiviteit van externe hulp is van alle tijden. Soms worden in donorlanden politieke afwegingen gemaakt, bijvoorbeeld bij begrotingsonderhandelingen, waardoor er minder geld beschikbaar is voor ontwikkelingshulp. De kernvraag is echter: helpt externe hulp een land of de mensen echt vooruit als het gaat om het vergroten van voedselzekerheid?

Hiervoor is coherent beleid nodig: een samenhangend beleid dat op elkaar is afgestemd op verschillende schaalniveaus en dimensies. Het is essentieel om na te denken over de gevolgen van beleid voor lokale boeren.

Importbeperkingen: als een land bijvoorbeeld droogte-landbouw stimuleert en export mogelijk maakt, maar vervolgens importbeperkingen oplegt, kunnen de producten te duur worden voor mensen om te kopen. Dit ondermijnt het effect van de hulp.

Comparatieve voordelen en dumping: het kan goedkoper of makkelijker zijn om bepaalde producten in een land te telen (comparatief voordeel). Maar als er zoveel wordt geproduceerd dat er overschotten ontstaan, kunnen deze producten op andere markten worden gedumpt, soms met subsidies. Dit kan lokale boeren in het ontvangende land schaden, omdat zij hun eigen producten dan niet meer kwijt kunnen.

Prioriteit voedselgewassen: als een land zich richt op welvaartsverhoging door exportlandbouw, kan er te weinig grond beschikbaar zijn voor het telen van voedselgewassen voor de eigen bevolking.

Voorbeelden van incoherent beleid

Een duidelijk voorbeeld van incoherent beleid is de situatie met olijventeelt:

Frankrijk steunt een irrigatieproject in Oost-Marokko om boeren te helpen duurzaam olijven te telen voor de export.

Tegelijkertijd heeft de Europese Unie (EU) een subsidieproject voor duurzame olijventeelt in Griekenland (een EU-lidstaat).

Om de Griekse olijventeelt te beschermen, beperkt de EU de import van olijven uit niet-EU-landen, zoals Marokko, door middel van invoerheffingen.

Het gevolg is dat Marokko minder olijven kan exporteren dan gewenst en waarvoor Frankrijk heeft betaald. Het EU-beleid is hierdoor tegenstrijdig met de wens voor welvaartsgroei en duurzame landbouw in Marokko.

Andere voorbeelden van incoherent beleid zijn:

Subsidies voor Nederlandse vissers die voor de kust van Ghana vissen, wat de lokale visserij kan schaden.

Het stimuleren van biobrandstoffen, wat kan leiden tot de aanleg van oliepalmplantages en daarmee het verdwijnen van regenwoud.

Het dumpen van vlees- en zuivelproducten uit westerse landen op Afrikaanse markten, waardoor lokale boeren hun producten niet meer kunnen verkopen.

Hoewel er binnen de EU platforms zijn om beleid af te stemmen, gaat er op dit vlak nog regelmatig iets mis.

Waarom geen project- of programmahulp in conflictgebieden?

Conflictgebieden, zoals de Democratische Republiek Congo, kampen vaak met ernstige voedselonzekerheid of hongersnood, zelfs als de bodemkwaliteit goed is. Dit komt door de instabiliteit en onveiligheid.

Bij project- en programmahulp verbinden landen zich voor langere tijd aan de oplossing van een probleem. Het is hierbij cruciaal dat het geld en de kennis bij de juiste groepen terechtkomen. In conflictgebieden zijn hier echter grote zorgen over:

Misbruik van middelen: er is een risico dat geld dat bedoeld is voor voedselzekerheid, wordt misbruikt voor andere doeleinden, zoals het kopen van wapens.

Bereikbaarheid van doelgroepen: door conflicten en onveiligheid is het vaak moeilijk om de beoogde doelgroepen, zoals boeren, te bereiken met hulp of opleidingen.

Politieke instabiliteit: regeringen in conflictgebieden staan soms tegenover groepen die juist hulp nodig hebben, wat de effectiviteit van de hulp bemoeilijkt. Problemen met landrechten zijn hierbij ook een belangrijke factor.

Onzeker resultaat: het resultaat van hulp in een conflictgebied is vaak onduidelijk en onzeker. Er bestaat zelfs een risico dat de hulp het tegenovergestelde effect heeft van wat men wilde bereiken.

Vanwege deze belangrijke zorgpunten en de onzekerheid over de resultaten, gaat er relatief weinig project- of programmahulp naar conflictgebieden.

Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo