Veelgestelde vragen over §1 Klimaat
Hoe werkt een lagedrukgebied?
Welke klimaten horen bij lage breedte, hoge breedte of allebei?
Wat is de invloed van breedteligging en jaaramplitude op het klimaat?
Wat is noorderbreedte en zuiderbreedte?
Wat zijn hoge- en lagedrukgebieden en stijgende en dalende lucht?
Wat is stuwingsregen?
Waarom verwarmen zonnestralen met een kleine invalshoek het oppervlak minder?
Hoe leidt de schuine stand van de aardas tot verschillen in instraling?
Wat is het verschil tussen stijgende en dalende lucht?
Wat zijn belangrijke begrippen over klimaten wereldwijd?
Welke vegetatie hoort bij een savanneklimaat?
Zijn koude klimaten op lage of hoge breedtegraden?
Wat zijn de gevolgen van de schuine stand van de aardas voor seizoenen en temperatuur?
Wat is stijgingsregen?
Waarom regent het in een lagedrukgebied?
Hoe ontstaan stuwings-, stijgings- en frontale regen?
Hoe ontstaat frontale neerslag?
Hoe ontstaan temperatuurverschillen op aarde?
Hoe ligt de evenaar op aarde?
Waarom heeft Nederland een gematigd zeeklimaat?
Wat is het verschil tussen een C- en een D-klimaat?
Wat zijn breedte- en lengtelijnen?