Er zijn over het algemeen drie hoofdtypen verzorgingsstaten te onderscheiden, elk met hun eigen waarden, rol van de overheid, niveau van voorzieningen en financieringswijze:
-
De Sociaaldemocratische verzorgingsstaat (ook wel het Scandinavische model genoemd)
- Waarden: Gelijkheid, solidariteit en universele rechten voor alle burgers staan centraal.
- Rol van de overheid: De overheid speelt een zeer actieve en uitgebreide rol. Ze biedt een breed scala aan hoogwaardige voorzieningen aan iedereen, ongeacht inkomen of arbeidsstatus.
- Niveau van voorzieningen: Zeer hoog en universeel. Denk aan uitgebreide gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang en ouderenzorg die voor iedereen toegankelijk zijn.
- Financiering: Voornamelijk via hoge algemene belastingen, vaak met een progressief belastingstelsel (hogere inkomens betalen een groter percentage belasting).
- Voorbeeldlanden: Zweden, Denemarken, Noorwegen.
-
De Liberale verzorgingsstaat (ook wel het Angelsaksische model genoemd)
- Waarden: Individuele vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en marktwerking zijn leidend.
- Rol van de overheid: De rol van de overheid is minimaal. Ze richt zich voornamelijk op het bieden van een basisvangnet voor de meest kwetsbaren in de samenleving.
- Niveau van voorzieningen: Lager en vaak gericht op basisbehoeften. Burgers worden gestimuleerd om zelf via de markt (bijvoorbeeld private verzekeringen) aanvullende voorzieningen te regelen.
- Financiering: Lagere algemene belastingen. Er is meer ruimte voor private verzekeringen en eigen bijdragen.
- Voorbeeldlanden: Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk.
-
De Conservatieve/Corporatistische verzorgingsstaat (ook wel het Continentale model genoemd)
- Waarden: Traditie, familie, sociale cohesie en sociale zekerheid die vaak gekoppeld is aan werk en sociale status.
- Rol van de overheid: De overheid speelt een belangrijke rol, vaak in samenwerking met sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties). Voorzieningen zijn vaak gebaseerd op sociale verzekeringen.
- Niveau van voorzieningen: Gekoppeld aan arbeidsverleden en betaalde sociale premies. Voorzieningen zijn minder universeel dan in het sociaaldemocratische model, maar bieden wel een goede bescherming voor werknemers.
- Financiering: Voornamelijk via sociale premies (bijdragen van werknemers en werkgevers) die worden afgedragen voor sociale verzekeringen (zoals werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en ziektekosten).
- Voorbeeldlanden: Duitsland, Frankrijk, België.
Nederland wordt vaak gezien als een mix van het sociaaldemocratische en het conservatieve model, met een sterke nadruk op sociale partners en sociale verzekeringen, aangevuld met universele voorzieningen.