Een kwadratische functie is een functie die je kunt schrijven in de algemene vorm f(x)=ax2+bx+c. Hierbij zijn a, b en c vaste getallen, en is het belangrijk dat a niet gelijk is aan 0. Als a wel 0 zou zijn, dan is het geen kwadratische functie meer, maar een lineaire functie.
De grafiek die bij een kwadratische functie hoort, is altijd een parabool.
De vorm van deze parabool hangt af van de waarde van a:
- Als a>0, dan is het een dalparabool. Dit betekent dat de opening van de parabool naar boven wijst.
- Als a<0, dan is het een bergparabool. De opening van de parabool wijst dan naar beneden.
De waarde van c in de formule f(x)=ax2+bx+c geeft aan waar de grafiek de y-as snijdt.
De top van de parabool is een belangrijk punt. De x-coördinaat van de top (x⊤) kun je berekenen met de formule:
x⊤=2a−b
Om de y-coördinaat van de top te vinden, vul je de berekende x⊤ in de oorspronkelijke functie f(x) in.
Kwadratische vergelijkingen zijn vergelijkingen waarin een kwadraat voorkomt, zoals ax2+bx+c=0. Er zijn verschillende manieren om deze op te lossen, afhankelijk van de vorm van de vergelijking:
- Vorm x2=c: Hierbij vind je de oplossingen door de wortel en de negatieve wortel van c te nemen.
- Vorm ax2+bx=0: Bij deze vorm kun je een gemeenschappelijke factor x buiten haakjes halen om de oplossingen te vinden.
- Vorm ax2+bx+c=0: Deze vergelijkingen los je vaak op door te ontbinden in factoren, ook wel de som-product-methode genoemd. Je zoekt dan twee getallen die opgeteld b zijn en vermenigvuldigd c, zodat je de vergelijking kunt schrijven als (x+r)(x+s)=0.