Enzymen zijn biologische katalysatoren, meestal eiwitten, die chemische reacties in levende organismen versnellen zonder zelf verbruikt te worden. Ze zijn essentieel voor bijna alle biologische processen, van de spijsvertering tot de DNA-replicatie.
De belangrijkste functie van enzymen is het verlagen van de activeringsenergie die nodig is om een reactie te starten. Zonder enzymen zouden veel reacties in ons lichaam te langzaam verlopen om het leven in stand te houden.
Enzymen werken volgens het 'sleutelslotprincipe'. Elk enzym heeft een specifieke driedimensionale vorm met een 'actief centrum'. Dit actieve centrum is precies gevormd om te binden aan een specifiek molecuul, het 'substraat'. Zodra het substraat aan het actieve centrum bindt, verandert het enzym de stof, bijvoorbeeld door het af te breken, twee stoffen aan elkaar te plakken, of een stof om te zetten in iets anders.
Voorbeeld van een enzym en zijn functie:
Neem het enzym amylase.
- Amylase is het enzym.
- Zetmeel is het substraat.
Amylase wordt geproduceerd in je speekselklieren en alvleesklier. Wanneer je voedsel eet dat zetmeel bevat (zoals brood of aardappelen), bindt amylase aan het zetmeel. Het enzym breekt het complexe zetmeelmolecuul af in kleinere suikers, zoals maltose. Deze kleinere suikers kunnen vervolgens verder worden verteerd en opgenomen door je lichaam. Zonder amylase zou de afbraak van zetmeel veel langzamer en minder efficiënt zijn.