Belastingstelsels zijn de manieren waarop overheden belastingen heffen om publieke voorzieningen en uitgaven te financieren. Zonder belastingen zou een land niet goed kunnen functioneren.
Er zijn verschillende soorten belastingen:
- Directe belastingen: Dit zijn belastingen die je rechtstreeks aan de Belastingdienst betaalt. Voorbeelden zijn loonheffing (die van je salaris wordt ingehouden) en vennootschapsbelasting (die bedrijven over hun winst betalen).
- Indirecte belastingen: Deze betaal je niet direct aan de Belastingdienst, maar via een tussenstap. Voorbeelden zijn btw (omzetbelasting) en accijns (op bijvoorbeeld alcohol en tabak). Deze belastingen zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten die je koopt. De winkelier of aanbieder draagt dit vervolgens af aan de Belastingdienst.
De manier waarop belastingen worden geheven, kan verschillen per belastingstelsel:
- Degressief tarief: Hierbij betaalt iedereen hetzelfde bedrag aan belasting. Dit betekent dat, procentueel gezien, de gemiddelde belastingdruk lager wordt naarmate je meer verdient. Hogere inkomens betalen dus een kleiner percentage van hun inkomen aan belasting.
- Progressief tarief: Bij dit stelsel stijgt het belastingpercentage naarmate je inkomen hoger wordt. Hierdoor neemt de gemiddelde belastingdruk toe voor hogere inkomens. Dit stelsel is gericht op het verkleinen van inkomensverschillen, wat ook wel nivelleren wordt genoemd.
- Proportioneel tarief: Bij dit stelsel betaalt iedereen hetzelfde percentage van zijn inkomen aan belasting, ongeacht de hoogte van het inkomen. Dit wordt ook wel een "vlaktax" genoemd.
Het marginale tarief is het belastingpercentage dat je betaalt over de laatstverdiende euro van je inkomen. Dit is dus het hoogste tarief waar je in valt.
Het Nederlandse Boxensysteem
In Nederland is het belastingstelsel opgedeeld in drie 'boxen', elk met eigen regels en tarieven:
-
Box 1: Inkomen uit werk en wonen
- Dit is de belangrijkste box voor de meeste mensen. Hierin valt je salaris, winst uit onderneming, uitkeringen en inkomsten uit je eigen woning.
- Belastbaar inkomen berekenen: Om de belasting in Box 1 te berekenen, begin je met je bruto inkomen.
- Je mag hier aftrekposten van aftrekken. Dit zijn bepaalde uitgaven die je belastbaar inkomen verlagen, waardoor je minder belasting betaalt. Voorbeelden zijn hypotheekrenteaftrek, studiekosten, sommige medische kosten en giften aan goede doelen.
- Je moet er bijtellingen bij optellen. Dit zijn inkomsten of voordelen die je belastbaar inkomen verhogen. Denk aan de bijtelling voor een auto of fiets van de zaak, of het eigenwoningforfait (een percentage van de waarde van je eigen woning).
- De formule is dus:
Bruto inkomen - Aftrekposten + Bijtellingen = Belastbaar inkomen.
- Schijvensysteem: Het belastbaar inkomen wordt vervolgens belast via een progressief schijvensysteem. Je inkomen wordt verdeeld over verschillende 'potjes' (schijven), waarbij elke schijf een eigen belastingpercentage heeft. De percentages stijgen naarmate het inkomen hoger wordt. Je betaalt alleen het hogere tarief over het deel van je inkomen dat in die hogere schijf valt, niet over je hele inkomen.
- Heffingskortingen: Nadat de belasting via de schijven is berekend, mag je hier nog heffingskortingen van aftrekken. Dit zijn kortingen op het te betalen belastingbedrag. De meest voorkomende zijn de algemene heffingskorting (voor iedereen) en de arbeidskorting (voor iedereen die werkt). Deze kortingen verlagen het bedrag dat je uiteindelijk aan belasting moet betalen.
-
Box 2: Inkomen uit aanmerkelijk belang
- Deze box is van toepassing als je een aanzienlijk deel (meer dan 5%) van de aandelen in een vennootschap bezit. De inkomsten hieruit, zoals dividend, worden hierin belast.
-
Box 3: Inkomen uit vermogen
- Hieronder vallen inkomsten uit spaargeld, beleggingen en ander vermogen. Er wordt een proportioneel tarief geheven over een (fictief of werkelijk) rendement op dit vermogen.
Belastingwig
De belastingwig is het verschil tussen de loonkosten die een werkgever betaalt voor een werknemer en het nettoloon dat de werknemer uiteindelijk ontvangt. Dit verschil bestaat uit de loonbelasting die de werknemer betaalt, maar ook uit sociale premies die zowel de werkgever als de werknemer afdragen.
Nivelleren en Denivelleren
Belastingstelsels kunnen ook een effect hebben op de inkomensverdeling:
- Nivelleren: Een progressief belastingstelsel zorgt voor nivellering. Dit betekent dat de procentuele inkomensverschillen tussen hoge en lage inkomens kleiner worden na belastingheffing. De overheid herverdeelt hiermee het primaire inkomen. Dit zie je terug in een plattere Lorenzcurve.
- Denivelleren: Een degressief belastingstelsel kan juist leiden tot denivellering. Hierbij worden de procentuele inkomensverschillen tussen hoge en lage inkomens groter na belastingheffing. De Lorenzcurve wordt dan boller en de Gini-coëfficiënt hoger.