- Aftrekposten
- Uitgaven die van het bruto inkomen mogen worden afgetrokken, waardoor het belastbaar inkomen lager wordt (bijv. hypotheekrenteaftrek, studiekosten).
- Belastbaar inkomen
- Het inkomen waarover belasting moet worden betaald, berekend door aftrekposten van het bruto inkomen af te trekken en bijtellingen erbij op te tellen.
- Belastingwig
- Het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon voor de werknemer, inclusief belasting en sociale premies.
- Bijtellingen
- Bedragen die bij het inkomen moeten worden opgeteld, waardoor het belastbaar inkomen hoger wordt (bijv. auto van de zaak).
- Box 1
- Inkomen uit werk en wonen.
- Box 2
- Inkomen uit aanmerkelijk belang (meer dan 5% van de aandelen van een bedrijf bezitten).
- Box 3
- Inkomen uit vermogen (sparen en beleggen).
- Degressief tarief
- Een belastingstelsel waarbij iedereen hetzelfde bedrag aan belasting betaalt, waardoor de gemiddelde belastingdruk daalt bij hogere inkomens.
- Denivelleren
- Het vergroten van de inkomensverschillen tussen hoge en lage inkomens door middel van een degressief belastingstelsel.
- Directe belasting
- Belasting die rechtstreeks aan de belastingdienst wordt betaald, zoals loonheffing of vennootschapsbelasting.
- Eigenwoningforfait
- Een bedrag dat wordt opgeteld bij het inkomen van huiseigenaren in box 1.
- Fiscus
- Ander woord voor belastingdienst.
- Heffingskortingen
- Kortingen op de te betalen belasting (bijv. algemene heffingskorting, arbeidskorting).
- Indirecte belasting
- Belasting die niet rechtstreeks aan de belastingdienst wordt betaald, zoals BTW en accijns. Er zit een tussenstap tussen de betaler en de belastingdienst.
- Marginaal tarief
- Het belastingpercentage dat wordt geheven over de laatst verdiende euro.
- Nivelleren
- Het verkleinen van de inkomensverschillen tussen hoge en lage inkomens door middel van een progressief belastingstelsel.
- Progressief tarief
- Een belastingstelsel waarbij het belastingpercentage stijgt naarmate het inkomen hoger is.
- Schijven
- De verschillende inkomensniveaus waarover verschillende belastingtarieven gelden.