Welk belastingstelsel lijkt het meest op die van Nederland
a. Degressief
b. Proportioneel
c. Progressief


Welk belastingstelsel lijkt het meest op die van Nederland
a. Degressief
b. Proportioneel
c. Progressief
In deze les bespreken we belastingstelsels, met een focus op directe en indirecte belastingen, de verschillende tarieven, en hoe belastingen invloed hebben op de samenleving. We gaan ook kijken naar het Nederlands belastingstelsel en hoe inkomens worden geniveleerd of gedeniveleerd.
Belasting betalen is noodzakelijk voor de overheid om publieke zaken zoals veiligheid, sociale zekerheid en gezondheidszorg te financieren. Het belastingbedrag dat je betaalt hangt af van wat je van de overheid verwacht. Als je verwacht dat de overheid veel zorg en voorzieningen biedt, zullen de belastingen hoger zijn.
Er zijn twee hoofdtypes belastingen:
Directe belasting: Dit zijn belastingen die je rechtstreeks betaalt, zoals loonheffing en vennootschapsbelasting.
Indirecte belasting: Dit zijn belastingen die in de prijs van goederen en diensten zijn verwerkt, zoals btw en accijnzen.

Bij een degressief belastingtarief betalen hogere inkomens procentueel minder belasting. Iedereen betaalt een vast bedrag aan belasting, wat leidt tot een afname van de gemiddelde belastingdruk naarmate het inkomen stijgt.
Voorbeeld:
Inkomen: €10.000, Belasting: €5.000 → Netto: €5.000, Gemiddelde belastingdruk: 50%
Inkomen: €50.000, Belasting: €5.000 → Netto: €45.000, Gemiddelde belastingdruk: 10%

Bij een proportioneel belastingtarief betaalt iedereen hetzelfde percentage belasting, ongeacht het inkomen. Dit wordt vaak aangeduid als een "vlaktax".
Voorbeeld:
Inkomen: €10.000, Belastingpercentage: 25% → Belasting: €2.500, Netto: €7.500

Bij een progressief belastingtarief betalen hogere inkomens procentueel meer belasting. Dit zorgt ervoor dat naarmate mensen meer verdienen, ze ook meer belasting betalen.
Voorbeeld:
Inkomen: €10.000, Belasting: 10% → Belasting: €1.000
Inkomen: €50.000, Belasting: 40% → Belasting: €20.000

In Nederland hanteren we een boxensysteem. Inkomens worden onderverdeeld in verschillende "boxen", elk met zijn eigen belastingtarief:
Box 1: Inkomen uit werk en woning, met aftrekposten zoals hypotheekrenteaftrek.
Box 2: Inkomen uit aanmerkelijk belang (meer dan 5% aandelen in een bedrijf) met 25% belasting.
Box 3: Inkomen uit vermogen, ook met een proportioneel tarief.

In box 1 mag je bepaalde uitgaven aftrekken van je belastbaar inkomen, zoals:
•Hypotheekrente
•Studiekosten
•Medische kosten