Kolonialisme is een systeem waarbij een land (de 'kolonisator') gebieden buiten de eigen grenzen bezet en bestuurt, vaak om economische of politieke redenen.
Er zijn verschillende soorten koloniën en kolonialisme:
- Vestigingskoloniën: Hier gingen Europeanen wonen en vestigden ze zich permanent, vaak in gebieden met vergelijkbare natuurlijke omstandigheden. Voorbeelden zijn de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. De oorspronkelijke bevolking werd hier vaak verdreven.
- Exploitatiekoloniën: Hier ging het vooral om het halen van grondstoffen (zoals ijzererts, goud, hout) en landbouwproducten (zoals specerijen) voor het moederland. Het doel was niet om er te wonen.
De vormen van kolonialisme ontwikkelden zich ook:
- Handelskolonialisme: Dit was de eerste vorm, waarbij kolonisten handelden met de oorspronkelijke bewoners en producten meenamen. Deze handel was echter lang niet altijd gelijkwaardig.
- Industrieel kolonialisme: Dit kwam op na de Industriële Revolutie (rond 1800). Door de groeiende industrie wilden kolonisatoren zeker zijn van de aanvoer van grondstoffen en een afzetmarkt. Ze namen daarom vaak het bestuur van de kolonie over, wat ook wel imperialisme wordt genoemd.
Na de Tweede Wereldoorlog begon de dekolonisatie, waarbij koloniën zelfstandig werden. Dit proces kon soepel verlopen, maar ook leiden tot onafhankelijkheidsstrijd of burgeroorlog.
Hoewel kolonialisme vaak als iets uit het verleden wordt gezien, zijn er hedendaagse voorbeelden van neokolonialisme. Dit zie je bijvoorbeeld bij China's investeringen in Afrikaanse landen, waarbij door hoge leningen en afhankelijkheid nieuwe koloniale verhoudingen kunnen ontstaan.