Leerdoelen
•Je kunt de verschillende soorten koloniën benoemen en beschrijven.
•Je kunt de verschillende soorten kolonialisme benoemen en de ontwikkeling daartussen uitleggen.
•Je kunt uitleggen of er nu nog kolonialisme bestaat en dit toelichten met een voorbeeld.
Soorten koloniën
Vestigingskoloniën
Vestigingskoloniën waren gebieden waar Europeanen zich vanaf de zeventiende en achttiende eeuw gingen vestigen. Ze trokken over oceanen om zich permanent in een nieuw land te vestigen. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook Zuid-Afrika valt onder deze categorie.
Deze kolonisten kozen vaak gebieden met natuurlijke omstandigheden die vergelijkbaar waren met die in hun thuisland. Dit maakte het beoefenen van de landbouw, zoals ze die kenden, een stuk eenvoudiger. Denk aan Nederlanders die zich vestigden in streken van Michigan, of Duitsers in Pennsylvania die omstandigheden vonden die leken op de Harzregio.
De oorspronkelijke bevolking in deze gebieden werd in alle vestigingskoloniën verdreven, soms geleidelijk, soms hardhandig. Een opvallend kenmerk van vestigingskoloniën is dat ze zich vaak hebben ontwikkeld tot welvarende centrumlanden, of zijn hard op weg om dit te worden (zoals Zuid-Afrika). Deze ontwikkeling liep vaak parallel met de industriële revolutie in West-Europa.
Exploitatiekoloniën
In tegenstelling tot vestigingskoloniën draaide het bij exploitatiekoloniën niet om wonen, maar om het halen van waardevolle producten en grondstoffen. Het primaire doel was het winnen en transporteren van rijkdommen terug naar het moederland. Dit kon gaan om landbouwproducten zoals specerijen, maar ook om grondstoffen zoals ijzererts, goud, zilver en hout.
Soorten kolonialisme en de ontwikkeling ervan
Handelskolonialisme
De vroegste vorm van kolonialisme was het handelskolonialisme. Hierbij handelden kolonisten met de oorspronkelijke bewoners van een gebied. Het ging vooral om het verkrijgen van producten en grondstoffen, die vervolgens mee terug werden genomen naar het thuisland. Hoewel het "handelen" wordt genoemd, verliep dit proces zelden op voet van gelijkwaardigheid. Vaak kwam het meer neer op het eenzijdig weghalen van producten dan op eerlijke handel.
Industrieel kolonialisme en imperialisme
Met de komst van de industriële revolutie, die rond 1800 begon, veranderde de aard van het kolonialisme. Dit noemen we industrieel kolonialisme. De groeiende industrie in het moederland creëerde een enorme vraag naar grondstoffen (denk aan katoen voor de kledingindustrie) en tegelijkertijd een behoefte aan afzetmarkten voor de geproduceerde goederen.
Om de aanvoer van grondstoffen en de afzet van producten te garanderen, namen de koloniserende landen het bestuur van de koloniën over. Ze werden de directe machthebbers. Dit overnemen van bestuur om een imperium te vormen, wordt ook wel imperialisme genoemd. Een goed voorbeeld hiervan is Groot-Brittannië, dat in de negentiende eeuw het bestuur van India overnam om de aanvoer van katoen en andere grondstoffen voor zijn bloeiende industrie te verzekeren.
Om de export van grondstoffen te vergemakkelijken, investeerden de koloniserende machten in infrastructuur in de koloniën. Er werden havens aangelegd om producten over zee te verschepen en spoorwegen om grondstoffen vanuit het binnenland naar die havens te transporteren. Later vestigde zich ook industrie in deze havensteden in de koloniën. De ligging aan de kust was hierbij van groot belang, omdat dit de aan- en afvoer via schepen mogelijk maakte.
Neokolonialisme: kolonialisme in een modern jasje?
Is kolonialisme een fenomeen uit het verleden, of zien we het nog steeds terug in een andere vorm? Het gedrag van China in Afrikaanse landen roept vragen op over neokolonialisme.
China's investeringen in Afrika
China investeert grootschalig in Afrikaanse landen. Deze investeringen omvatten:
•Mijnen, havens en spoorwegen
•Fabrieken
•Leningen aan Afrikaanse landen voor infrastructuur en scholen
Het doel van China is tweeledig: het vergemakkelijkt de export van grondstoffen naar China via de aangelegde infrastructuur, en het stijgende opleidingsniveau van de Afrikaanse beroepsbevolking komt ten goede aan de Chinese fabrieken die in Afrika worden gebouwd. Dit leidt in veel gevallen tot een stijging van het welvaartsniveau in de Afrikaanse landen.
Afhankelijkheid en de schaduw van kolonialisme
De leningen die China verstrekt, moeten echter worden terugbetaald. Ongeacht of Afrikaanse landen deze leningen kunnen terugbetalen, neemt hun afhankelijkheid van China hierdoor sterk toe. Je zou kunnen stellen dat China steeds meer invloed krijgt in deze landen, wat doet denken aan neokolonialisme. Dit is een vorm van kolonialisme waarbij er geen direct politiek bestuur is, maar wel een sterke economische en culturele afhankelijkheid ontstaat, vergelijkbaar met vroegere koloniale verhoudingen.
Sommige critici spreken zelfs van modern imperialisme, omdat China weliswaar geen directe zeggenschap uitoefent over de soevereiniteit van deze landen, maar wel een enorme invloed opbouwt. China zelf benadrukt dat het de soevereiniteit van landen respecteert en niet direct ingrijpt. Echter, de vraag blijft of landen die financieel en infrastructureel zo afhankelijk zijn van een externe macht wel echt volledig onafhankelijk kunnen opereren.
Aan de ene kant dragen de investeringen van China bij aan economische groei en welvaart in Afrika. Aan de andere kant creëren ze een nieuwe vorm van afhankelijkheid. Het is een complex vraagstuk waarbij je zelf een afweging kunt maken over de mate van onafhankelijkheid van deze landen.