Het gevangenendilemma is een klassiek voorbeeld uit de speltheorie. Het beschrijft een situatie waarin spelers rationeel handelen en voor hun eigen belang kiezen, maar de uitkomst voor beide spelers samen niet optimaal is. Ze komen in een situatie terecht die eigenlijk slechter is dan wat ze hadden kunnen bereiken als ze hadden samengewerkt.
Er is sprake van een gevangenendilemma wanneer aan de volgende kenmerken wordt voldaan:
- Simultaan spel: Spelers nemen tegelijkertijd hun beslissing, zonder te weten wat de ander kiest.
- Non-coöperatief spel: Spelers kunnen niet samenwerken of afspraken maken. Iedereen kiest voor zijn eigen belang.
- Dominante strategieën: Vaak hebben beide spelers een dominante strategie, wat leidt tot de specifieke, suboptimale uitkomst. Een dominante strategie is de keuze die een speler maakt om het beste resultaat voor zichzelf te behalen, ongeacht wat de andere speler doet.
- Suboptimale uitkomst: De uiteindelijke uitkomst is niet de best mogelijke voor de spelers samen.
In het klassieke voorbeeld van het gevangenendilemma kiezen twee verdachten van een misdrijf ervoor om te bekennen, omdat dit voor hen individueel de beste strategie is, zelfs als ze allebei zouden zwijgen en dan een lichtere straf zouden krijgen. De uitkomst van het spel hangt af van de keuzes die beide spelers onafhankelijk van elkaar maken. Vanuit je eigen perspectief weet je nooit wat de ander gaat kiezen, en dat beïnvloedt jouw beslissing. Vaak leidt dit ertoe dat spelers voor hun eigen belang kiezen, zelfs als er een betere uitkomst mogelijk zou zijn als ze hadden samengewerkt.