Arbeid is de energie die nodig is om iets te bewegen of te verplaatsen. Een kracht verricht alleen arbeid als er ook daadwerkelijk een verplaatsing plaatsvindt. Als je bijvoorbeeld een zware doos optilt, verricht je arbeid, omdat je kracht uitoefent en de doos beweegt. Houd je de doos stil, dan verricht je geen arbeid, ook al kost het je wel energie om hem vast te houden.
De algemene formule voor arbeid is:
W=F⋅s
Hierbij is:
- W de arbeid in Joule (J).
- F de kracht in Newton (N).
- s de verplaatsing in meters (m).
Arbeid verricht door de zwaartekracht (Wzw)
Wanneer we het over zwaartekracht hebben, is de kracht (F) de zwaartekracht (Fz) en de afstand (s) is het hoogteverschil (Δh) waarover het voorwerp beweegt.
De formule voor arbeid verricht door de zwaartekracht wordt dan:
Wz=Fz⋅Δh
Hierbij is:
- Wz de arbeid verricht door de zwaartekracht in Joule (J).
- Fz de zwaartekracht in Newton (N).
- Δh het hoogteverschil in meters (m).
Verschil tussen Wzw en Ezw
Het is belangrijk om het verschil te begrijpen tussen arbeid verricht door de zwaartekracht (Wzw) en zwaarte-energie (Ezw).
-
Wzw (Arbeid verricht door de zwaartekracht)
- Dit staat voor de arbeid die de zwaartekracht verricht. Arbeid is een proces van energieoverdracht. De zwaartekracht verricht arbeid wanneer een voorwerp over een bepaalde hoogte beweegt.
- De formule is Wz=Fz⋅Δh.
- De eenheid is Joule (J).
-
Ezw (Zwaarte-energie)
- Dit staat voor de zwaarte-energie (ook wel hoogte-energie genoemd). Dit is een vorm van potentiële energie die een voorwerp heeft vanwege zijn positie op een bepaalde hoogte in een zwaartekrachtveld. Het is dus een opgeslagen energievorm.
- De formule hiervoor is:
Ez=m⋅g⋅h
- Hierbij is m de massa in kilogram (kg), g de valversnelling (ongeveer 9,81 m/s2 of 10 m/s2 op aarde) en h de hoogte in meters (m).
- De eenheid is ook Joule (J).
Het verschil in het kort:
- Wzw beschrijft de energieoverdracht die plaatsvindt wanneer de zwaartekracht een voorwerp verplaatst. Het is een proces.
- Ezw beschrijft de opgeslagen energie die een voorwerp bezit door zijn hoogte. Het is een toestand.
Je kunt het zo zien: om de zwaarte-energie (Ezw) van een voorwerp te verhogen (door het omhoog te tillen), moet jij arbeid (W) verrichten tegen de zwaartekracht in. Die geleverde arbeid wordt dan omgezet in de opgeslagen zwaarte-energie van het voorwerp. Als het voorwerp vervolgens naar beneden valt, verricht de zwaartekracht arbeid (Wzw), en wordt de opgeslagen zwaarte-energie omgezet in bijvoorbeeld bewegingsenergie.