Planten zijn van fundamenteel belang voor andere organismen op aarde, voornamelijk omdat ze zorgen voor zuurstof en voedsel, en daarmee geschikte leefomstandigheden creëren.
Dit doen planten via een proces dat fotosynthese heet. Tijdens fotosynthese gebruiken planten koolstofdioxide (CO₂), water (H₂O) en zonlicht om glucose (hun eigen voedsel) en zuurstof (O₂) te produceren. De chemische formule hiervoor is:
CO2+H2O+Zonlicht→Glucose+O2
De geproduceerde zuurstof is essentieel voor de ademhaling van veel levende wezens, waaronder mensen en dieren. Zonder planten zou de atmosfeer niet voldoende zuurstof bevatten om deze organismen in leven te houden.
De glucose die planten aanmaken, wordt door henzelf gebruikt als energiebron, maar ook omgezet in andere belangrijke stoffen zoals zetmeel, vetten, eiwitten en vitaminen. Deze stoffen dienen als voedsel voor herbivoren (planteneters) en indirect voor carnivoren (vleeseters) en omnivoren (alleseters), waardoor planten de basis vormen van bijna alle voedselketens op aarde. Voorbeelden van plantaardige voedingsmiddelen zijn bollen (zoals uien), knollen (zoals aardappelen) en zaden (zoals pinda's), waarin planten hun reservestoffen opslaan.
Door de productie van zuurstof en voedsel zorgen planten voor een leefomgeving waarin talloze andere levensvormen kunnen bestaan en gedijen. Zonder planten zou het leven op aarde, zoals wij dat kennen, niet mogelijk zijn.