De spanning in een transformator is evenredig met het aantal windingen door het principe van elektromagnetische inductie. Dit werkt als volgt:
- Veranderend magnetisch veld: Wanneer er wisselstroom door de primaire spoel van de transformator loopt, ontstaat er een veranderend magnetisch veld in de weekijzeren kern.
- Inductie in windingen: Dit veranderende magnetische veld beweegt door de kern en bereikt de secundaire spoel. Elke individuele winding van de secundaire spoel 'vangt' een deel van dit veranderende magnetische veld op. Door deze verandering wordt in elke winding een kleine elektrische spanning opgewekt. Dit noemen we inductiespanning.
- Optelsom van spanningen: De totale spanning die aan de secundaire kant van de transformator wordt opgewekt, is de optelsom van al deze kleine spanningen die in elke afzonderlijke winding worden geïnduceerd.
Stel je voor dat elke winding van de secundaire spoel 1 Volt aan spanning opwekt. Als je dan twee keer zoveel windingen hebt, bijvoorbeeld 20 windingen in plaats van 10, dan worden er ook twee keer zoveel kleine spanningen opgeteld. Hierdoor wordt de totale spanning aan de secundaire kant twee keer zo groot. Het is vergelijkbaar met het in serie schakelen van meerdere kleine batterijen: hoe meer batterijen je achter elkaar zet, hoe hoger de totale spanning wordt.
Daarom is er een directe verhouding: als het aantal windingen aan de secundaire kant verdubbelt, verdubbelt ook de spanning aan die kant, vergeleken met de primaire kant.