Inflatie en deflatie hebben een tegengestelde invloed op de waarde van geld en daarmee op lenen.
Invloed van inflatie op lenen:
Inflatie betekent dat het algemene prijspeil van goederen en diensten stijgt, waardoor je geld minder waard wordt. Met hetzelfde bedrag kun je minder kopen dan voorheen.
Voor mensen die geld lenen, kan inflatie voordelig zijn, vooral als de rente op hun lening vaststaat en lager is dan de inflatie. Dit komt doordat het geld dat je in de toekomst terugbetaalt, minder koopkracht heeft dan het geld dat je oorspronkelijk leende. De 'echte' kosten van de lening (de reële rente) dalen hierdoor. Banken houden echter rekening met verwachte inflatie bij het vaststellen van rentetarieven, dus bij hoge inflatie zullen de nominale rentes voor leningen waarschijnlijk ook hoger zijn.
Invloed van deflatie op lenen:
Deflatie is het tegenovergestelde van inflatie: het algemene prijspeil daalt, waardoor je geld meer waard wordt. Met hetzelfde bedrag kun je meer kopen dan voorheen.
Voor mensen die geld lenen, is deflatie ongunstig. Het geld dat je in de toekomst terugbetaalt, heeft een hogere koopkracht dan het geld dat je oorspronkelijk leende. Dit betekent dat de 'echte' kosten van de lening (de reële rente) stijgen. Je moet dus in feite meer 'waarde' terugbetalen dan je hebt geleend. Dit kan ertoe leiden dat mensen minder snel leningen afsluiten, omdat de last van de terugbetaling zwaarder wordt.