De Franse ontkenning wordt gebruikt om aan te geven dat iets niet het geval is. Er zijn verschillende manieren om een zin te ontkennen, afhankelijk van wat je precies wilt ontkennen.
1. De basisontkenning: ne... pas (niet / geen)
Dit is de meest voorkomende ontkenning. Ne komt vóór het werkwoord en pas komt ná het werkwoord.
- Basisregel:
ne + werkwoord + pas
- Voorbeeld:
Je mange. (Ik eet.) wordt Je ne mange pas. (Ik eet niet.)
2. Ontkenning met andere woorden dan pas
Naast pas zijn er andere woorden die je kunt gebruiken om een specifieke ontkenning uit te drukken. Deze woorden vervangen pas in de constructie ne....
Uitzondering: Onbepaalde lidwoorden (un, une, des)
Wanneer je een zin ontkent waarin een onbepaald lidwoord (un, une, des) staat, verandert dit lidwoord in de (of d' voor een klinker of stomme h).
- Voorbeeld:
Nous mangeons des pommes. (Wij eten appels.) wordt Nous ne mangeons pas de pommes. (Wij eten geen appels.)
Plaatsing in samengestelde tijden (zoals de passé composé)
Bij samengestelde tijden, die bestaan uit een hulpwerkwoord (zoals avoir of être) en een voltooid deelwoord, komt ne vóór het hulpwerkwoord en het tweede deel van de ontkenning (pas, rien, jamais, plus, personne, pas encore, etc.) komt ná het hulpwerkwoord.
- Voorbeeld (met
déjà): J'ai déjà visité Paris. (Ik heb Parijs al bezocht.)
- Hier is
ai het hulpwerkwoord. De ontkenning wordt: Je n'ai pas encore visité Paris. (Ik heb Parijs nog niet bezocht.)
- Voorbeeld (met
personne): Il a vu quelqu'un. (Hij heeft iemand gezien.)
- Hier is
a het hulpwerkwoord. De ontkenning wordt: Il n'a vu personne. (Hij heeft niemand gezien.)
- Voorbeeld (met
rien): Elle a mangé quelque chose. (Zij heeft iets gegeten.)
- Hier is
a het hulpwerkwoord. De ontkenning wordt: Elle n'a rien mangé. (Zij heeft niets gegeten.)