Wat zijn de Franse ontkenningen en hoe gebruik je ze?
Wat zijn de Franse ontkenningen en hoe gebruik je ze?
Wat zijn de verschillende Franse ontkenningen en hoe gebruik je ze?
Antwoord van Ainstein
De Franse ontkenning wordt gebruikt om aan te geven dat iets niet het geval is. Er zijn verschillende manieren om een zin te ontkennen, afhankelijk van wat je precies wilt ontkennen.
1. De basisontkenning: ne... pas (niet / geen)
Dit is de meest voorkomende ontkenning. Ne komt vóór het werkwoord en pas komt ná het werkwoord.
- Basisregel:
ne+ werkwoord +pas - Voorbeeld:
Je mange.(Ik eet.) wordtJe ne mange pas.(Ik eet niet.)
2. Ontkenning met andere woorden dan pas
Naast pas zijn er andere woorden die je kunt gebruiken om een specifieke ontkenning uit te drukken. Deze woorden vervangen pas in de constructie ne....
-
ne... rien(niets)- Gebruik je als je "niets" wilt zeggen.
- Voorbeeld:
Je vois quelque chose.(Ik zie iets.) wordtJe ne vois rien.(Ik zie niets.) - Voorbeeld:
Elle sait toujours quelque chose.(Zij weet altijd iets.) wordtElle ne sait jamais rien.(Zij weet nooit iets.)
-
ne... jamais(nooit)- Gebruik je als je "nooit" wilt zeggen.
- Voorbeeld:
Il va souvent au cinéma.(Hij gaat vaak naar de bioscoop.) wordtIl ne va jamais au cinéma.(Hij gaat nooit naar de bioscoop.)
-
ne... plus(niet meer)- Gebruik je als je wilt aangeven dat iets niet langer het geval is.
- Voorbeeld:
J'ai encore faim.(Ik heb nog honger.) wordtJe n'ai plus faim.(Ik heb geen honger meer.)
-
ne... personne(niemand)- Gebruik je als je "niemand" wilt zeggen.
- Voorbeeld:
Elle voit quelqu'un dans le jardin.(Zij ziet iemand in de tuin.) wordtElle ne voit personne dans le jardin.(Zij ziet niemand in de tuin.)
-
ne... pas encore(nog niet)- Gebruik je als je wilt aangeven dat iets nog niet gebeurd is.
- Voorbeeld:
J'ai déjà visité Paris.(Ik heb Parijs al bezocht.) wordtJe n'ai pas encore visité Paris.(Ik heb Parijs nog niet bezocht.)
Uitzondering: Onbepaalde lidwoorden (un, une, des)
Wanneer je een zin ontkent waarin een onbepaald lidwoord (un, une, des) staat, verandert dit lidwoord in de (of d' voor een klinker of stomme h).
- Voorbeeld:
Nous mangeons des pommes.(Wij eten appels.) wordtNous ne mangeons pas de pommes.(Wij eten geen appels.)
Plaatsing in samengestelde tijden (zoals de passé composé)
Bij samengestelde tijden, die bestaan uit een hulpwerkwoord (zoals avoir of être) en een voltooid deelwoord, komt ne vóór het hulpwerkwoord en het tweede deel van de ontkenning (pas, rien, jamais, plus, personne, pas encore, etc.) komt ná het hulpwerkwoord.
- Voorbeeld (met
déjà):J'ai déjà visité Paris.(Ik heb Parijs al bezocht.)- Hier is
aihet hulpwerkwoord. De ontkenning wordt:Je n'ai pas encore visité Paris.(Ik heb Parijs nog niet bezocht.)
- Hier is
- Voorbeeld (met
personne):Il a vu quelqu'un.(Hij heeft iemand gezien.)- Hier is
ahet hulpwerkwoord. De ontkenning wordt:Il n'a vu personne.(Hij heeft niemand gezien.)
- Hier is
- Voorbeeld (met
rien):Elle a mangé quelque chose.(Zij heeft iets gegeten.)- Hier is
ahet hulpwerkwoord. De ontkenning wordt:Elle n'a rien mangé.(Zij heeft niets gegeten.)
- Hier is
- Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
- Stel vragen en krijg direct antwoord
- Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining

Gerelateerde vragen
Vind antwoorden op vragen die gerelateerd zijn aan dit onderwerp.