Hoe gebruik ik de Franse ontkenningen 'ne pas', 'ne jamais', 'ne rien' en 'ne plus'?
Hoe gebruik ik de Franse ontkenningen 'ne pas', 'ne jamais', 'ne rien' en 'ne plus'?
Hoe gebruik ik de Franse ontkenningen 'ne pas', 'ne jamais', 'ne rien' en 'ne plus'?
Antwoord van Ainstein
De Franse ontkenning wordt gebruikt om aan te geven dat iets niet het geval is. Er zijn verschillende manieren om een zin te ontkennen, afhankelijk van wat je precies wilt ontkennen. Hier focussen we op 'ne pas', 'ne jamais', 'ne rien' en 'ne plus'.
1. De basisontkenning: ne... pas (niet / geen)
Dit is de meest voorkomende ontkenning. Ne komt vóór het werkwoord en pas komt ná het werkwoord.
- Basisregel:
ne+ werkwoord +pas - Voorbeeld:
Je mange.(Ik eet.) wordtJe ne mange pas.(Ik eet niet.) - Voorbeeld met onbepaald lidwoord:
Il a une idée.(Hij heeft een idee.) wordtIl n'a pas d'idée.(Hij heeft geen idee.) (Let op:uneverandert indeofd'bij ontkenning.)
2. ne... jamais (nooit)
Gebruik je als je "nooit" wilt zeggen, vaak als tegenstelling van souvent (vaak) of toujours (altijd).
- Basisregel:
ne+ werkwoord +jamais - Voorbeeld:
Tu vas souvent à la piscine.(Jij gaat vaak naar het zwembad.) wordtTu ne vas jamais à la piscine.(Jij gaat nooit naar het zwembad.) - Voorbeeld:
Ils ont toujours faim.(Zij hebben altijd honger.) wordtIls n'ont jamais faim.(Zij hebben nooit honger.)
3. ne... rien (niets)
Gebruik je als je "niets" wilt zeggen, vaak als tegenstelling van quelque chose (iets) of tout (alles).
- Basisregel:
ne+ werkwoord +rien - Voorbeeld:
Nous voyons quelque chose.(Wij zien iets.) wordtNous ne voyons rien.(Wij zien niets.) - Voorbeeld:
J'ai tout compris.(Ik heb alles begrepen.) wordtJe n'ai rien compris.(Ik heb niets begrepen.)
4. ne... plus (niet meer)
Gebruik je als je wilt aangeven dat iets niet langer het geval is, vaak als tegenstelling van encore (nog) of toujours (nog steeds).
- Basisregel:
ne+ werkwoord +plus - Voorbeeld:
Vous mangez encore du pain.(Jullie eten nog brood.) wordtVous ne mangez plus de pain.(Jullie eten geen brood meer.) (Let op:duverandert indebij ontkenning.) - Voorbeeld:
Elles habitent encore ici.(Zij wonen hier nog.) wordtElles n'habitent plus ici.(Zij wonen hier niet meer.)
Belangrijke aandachtspunten:
- Apostrof (
n'): Als het werkwoord begint met een klinker (a,e,i,o,u) of een stommeh, dan wordtneverkort totn'.- Voorbeeld:
Il a.wordtIl n'a pas.
- Voorbeeld:
- Lidwoorden:
- Onbepaalde lidwoorden (
un,une,des) en deelende lidwoorden (du,de la,de l',des) veranderen inde(ofd'voor een klinker/stomme h) in de ontkenning.- Voorbeeld:
Elle a des amis.wordtElle n'a pas d'amis. - Voorbeeld:
Vous mangez de la viande.wordtVous ne mangez jamais de viande.
- Voorbeeld:
- Bepaalde lidwoorden (
le,la,l',les) blijven staan in de ontkenning.- Voorbeeld:
Nous regardons la télévision.wordtNous ne regardons pas la télévision.
- Voorbeeld:
- Onbepaalde lidwoorden (
- Plaatsing in samengestelde tijden: Bij samengestelde tijden (zoals de passé composé) komt
nevóór het hulpwerkwoord en het tweede deel van de ontkenning (pas,rien,jamais,plus) komt ná het hulpwerkwoord.- Voorbeeld:
J'ai mangé.wordtJe n'ai pas mangé. - Voorbeeld:
Il a vu quelque chose.wordtIl n'a rien vu.
- Voorbeeld:
- Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
- Stel vragen en krijg direct antwoord
- Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining

Gerelateerde vragen
Vind antwoorden op vragen die gerelateerd zijn aan dit onderwerp.