Hoe vul je getallen in formules in?

Hoe vul je getallen in formules in?

WiskundeWiskunde
Wiskunde AWiskunde A
Wiskunde BWiskunde B

Hoe vul je getallen in formules in?

Hoe vul je getallen in formules in?

Antwoord van Ainstein

Het invullen van getallen in formules betekent dat je de letters (variabelen) in een formule vervangt door specifieke getallen die je krijgt. Daarna reken je de uitkomst van de formule uit. Dit is een basisvaardigheid die je nodig hebt voor veel wiskundige problemen.

Stappen voor het invullen van formules:

  1. Identificeer de variabele(n): Zoek welke letters in de formule staan die je moet vervangen.
  2. Vervang de variabele(n): Vul het gegeven getal in op de plek van de letter in de formule. Gebruik haakjes als je een negatief getal invult of als er al een macht of vermenigvuldiging bij de variabele staat, om verwarring te voorkomen.
  3. Bereken de uitkomst: Volg de juiste volgorde van bewerkingen om de uiteindelijke waarde te berekenen.

Volgorde van bewerkingen (onthoud 'HaMaWo VeDe OpAf'):

  1. Haakjes eerst
  2. Machten (kwadraten) en Wortels
  3. Vermenigvuldigen en Delen (van links naar rechts)
  4. Optellen en Aftrekken (van links naar rechts)

Voorbeeld 1: Een eenvoudige formule invullen Stel je hebt de formule t=32+6×(s1)t = 32 + 6 \times (s-1). Als je weet dat s=0s=0, dan vul je die 0 in op de plek van de ss: t=32+6×(01)t = 32 + 6 \times (0-1) t=32+6×(1)t = 32 + 6 \times (-1) t=326t = 32 - 6 t=26t = 26

Voorbeeld 2: Formule met haakjes en kwadraten invullen Stel je hebt de formule y=2×(x+3)25y = 2 \times (x+3)^2 - 5. Als x=1x=1, dan vul je dat in: y=2×(1+3)25y = 2 \times (1+3)^2 - 5

  1. Haakjes: Reken eerst uit wat binnen de haakjes staat: 1+3=41+3 = 4. De formule wordt: y=2×(4)25y = 2 \times (4)^2 - 5
  2. Machten: Reken het kwadraat uit: 42=164^2 = 16. De formule wordt: y=2×165y = 2 \times 16 - 5
  3. Vermenigvuldigen: Voer de vermenigvuldiging uit: 2×16=322 \times 16 = 32. De formule wordt: y=325y = 32 - 5
  4. Aftrekken: Voer de aftrekking uit: 325=2732 - 5 = 27. Dus, als x=1x=1, is y=27y=27.
Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining