Als een lijn horizontaal in een grafiek staat, betekent dit dat de y-coördinaat van elk punt op die lijn altijd hetzelfde blijft, terwijl de x-coördinaat wel verandert. De formule voor een horizontale lijn is daarom heel eenvoudig:
y=c
waarbij c een constante waarde is. Dit getal c is precies de waarde waar de lijn de y-as snijdt.
Stel je voor dat een horizontale lijn door het punt (0,3) gaat. Dan is de formule van die lijn y=3.
Als we het hebben over een punt in een grafiek, schrijven we dat als een coördinaatpaar (x,y). Het eerste getal is altijd de x-coördinaat en het tweede getal is de y-coördinaat. Dus, als een lijn door het punt (0,3) gaat, betekent dit dat de x-coördinaat 0 is en de y-coördinaat 3. Bij een horizontale lijn blijft de y-waarde altijd hetzelfde. Omdat de lijn door het punt gaat waar de y-waarde 3 is, is de formule van die horizontale lijn y=3. De '3' staat hier dus voor de y-waarde van het snijpunt met de y-as. Als de lijn door een punt zou gaan waar de y-coördinaat 0,3 was (bijvoorbeeld (0,0.3)), dan zou de formule y=0,3 zijn. Het is dus belangrijk om goed te kijken naar de plek van het getal in de coördinaat.
Bij een verticale lijn is het precies andersom dan bij een horizontale lijn. Hier blijft de x-coördinaat van elk punt op de lijn altijd hetzelfde, terwijl de y-coördinaat wel verandert. De formule voor een verticale lijn is daarom:
x=c
waarbij c weer een constante waarde is. Dit getal c is de x-waarde waar de lijn de x-as snijdt.
Dus, als een verticale lijn bijvoorbeeld door het punt (2,0) gaat, dan is de formule van die lijn x=2. De lijn loopt dan verticaal door alle punten waar de x-waarde 2 is.